Past continuous
[B1] Je gebruikt de past continuous om aan te geven dat iets op een bepaald moment in het verleden
‘aan de gang’ was. In het Nederlands zeg je vaak: ‘… waren aan het …’ of ‘… zaten te …’. De nadruk
ligt dus op een activiteit die een (korte) periode aan de gang was.
Je maakt de past continuous met een verleden tijdsvorm van to be (was, were) + (not) gevolgd door
een werkwoord met de uitgang -ing.
What were you doing all afternoon? — We were discussing the effects of the investment. (Wat
waren jullie de hele middag aan het doen? — We zaten de effecten van de investering te bespreken.)
He was not editing the annual reports during the meeting. He was writing a press release. (Hij was
niet de jaarrapporten aan het redigeren tijdens de vergadering. Hij was een persbericht aan het
schrijven.)
Was he editing the annual reports during the meeting? (Was hij de jaarrapporten aan het redigeren
tijdens de vergadering?)
After 20 minutes he was still waiting for the client to call back.
She visited the press conference because she was writing an article about the corrupt politician.
Je maakt de past continuous met een verleden tijdsvorm van to be (was, were) gevolgd door een
werkwoord met de uitgang -ing.
After 20 minutes he was still waiting for the client to call back.
She visited the press conference because she was writing an article about the corrupt politician.
Als je wilt aangeven dat twee activiteiten tegelijk aan de gang waren in het verleden, gebruik je ook
twee keer de past continuous. Je verbindt de zinnen dan vaak met het voegwoord while.
verleden nu toekomst
<------------->
<----------------------------- I ----------------------------->
<------------->
I was talking to the customer while my colleague was reading a report.
She was finishing up the order while waiting for her friend to bring some coffee.
[B1] Je gebruikt de past continuous om aan te geven dat iets op een bepaald moment in het verleden
‘aan de gang’ was. In het Nederlands zeg je vaak: ‘… waren aan het …’ of ‘… zaten te …’. De nadruk
ligt dus op een activiteit die een (korte) periode aan de gang was.
Je maakt de past continuous met een verleden tijdsvorm van to be (was, were) + (not) gevolgd door
een werkwoord met de uitgang -ing.
What were you doing all afternoon? — We were discussing the effects of the investment. (Wat
waren jullie de hele middag aan het doen? — We zaten de effecten van de investering te bespreken.)
He was not editing the annual reports during the meeting. He was writing a press release. (Hij was
niet de jaarrapporten aan het redigeren tijdens de vergadering. Hij was een persbericht aan het
schrijven.)
Was he editing the annual reports during the meeting? (Was hij de jaarrapporten aan het redigeren
tijdens de vergadering?)
After 20 minutes he was still waiting for the client to call back.
She visited the press conference because she was writing an article about the corrupt politician.
Je maakt de past continuous met een verleden tijdsvorm van to be (was, were) gevolgd door een
werkwoord met de uitgang -ing.
After 20 minutes he was still waiting for the client to call back.
She visited the press conference because she was writing an article about the corrupt politician.
Als je wilt aangeven dat twee activiteiten tegelijk aan de gang waren in het verleden, gebruik je ook
twee keer de past continuous. Je verbindt de zinnen dan vaak met het voegwoord while.
verleden nu toekomst
<------------->
<----------------------------- I ----------------------------->
<------------->
I was talking to the customer while my colleague was reading a report.
She was finishing up the order while waiting for her friend to bring some coffee.