Future
[B1] Er zijn verschillende manieren om toekomst aan te geven in het Engels. Soms zijn er meer
mogelijkheden correct. Nederlanders hebben de neiging om te vaak ‘will’ te gebruiken, dus wees er
extra alert op dat je daar niet automatisch voor kiest. Houd het volgende in gedachten om de beste
mogelijkheid te kiezen:
a. Officieel geplande gebeurtenissen
Je gebruikt de present simple als iets in de toekomst gebeurt volgens een (officieel) schema, rooster,
kalender etc.
My train arrives at 7p.m. tomorrow evening. It leaves Amsterdam at 6.05p.m. (volgens schema)
b. Geplande gebeurtenissen
Je gebruikt de present continuous als iets is afgesproken, gepland of geregeld. Het gebeurt
binnenkort op een afgesproken tijdstip en er zijn al wat voorbereidingen gedaan.
She’s moving next week because she has a new job. (het is geregeld)
I am meeting Jan at 2p.m. this afternoon. (afgesproken)
We are planning to move to Amsterdam as soon as I graduate. I have already found an apartment.
(gebeurt binnenkort en is voorbereid)
c. Voornemens en voorspellingen met bewijs
Je gebruikt be + going to + het hele werkwoord als:
– iemand iets van plan is (al vóór het moment van spreken)
– je een voorspelling doet over iets wat waarschijnlijk (niet) gaat gebeuren, gebaseerd op bewijs (wat
je ziet, hoorde etc.).
She’s going to apply for the post of district manager. (wat iemand van plan is)
They are very qualified. They are definitely going to be promoted. (voorspelling met bewijs)
d. Spontane uitingen, voorspellingen zonder bewijs en feiten
Je gebruikt will + het hele werkwoord in de volgende gevallen:
– (een voorspelling over) een toekomstig feit, iets minder zeker, of voorspellingen over iets waar je
géén bewijs voor hebt (vaak met think, believe, hope, etc.)
– een spontane aankondiging of beslissing over bereidheid (of juist het gebrek daaraan)
– een (vaak spontaan) aanbod of verzoek (zie modals) of een bevel of uitnodiging
– bij bepaalde voorwaardelijke bijzinnen waarbij iets zeer waarschijnlijk gaat gebeuren (constructies
met 'als dit..., dan dat') (zie first conditionals bij conditionals)
[B1] Er zijn verschillende manieren om toekomst aan te geven in het Engels. Soms zijn er meer
mogelijkheden correct. Nederlanders hebben de neiging om te vaak ‘will’ te gebruiken, dus wees er
extra alert op dat je daar niet automatisch voor kiest. Houd het volgende in gedachten om de beste
mogelijkheid te kiezen:
a. Officieel geplande gebeurtenissen
Je gebruikt de present simple als iets in de toekomst gebeurt volgens een (officieel) schema, rooster,
kalender etc.
My train arrives at 7p.m. tomorrow evening. It leaves Amsterdam at 6.05p.m. (volgens schema)
b. Geplande gebeurtenissen
Je gebruikt de present continuous als iets is afgesproken, gepland of geregeld. Het gebeurt
binnenkort op een afgesproken tijdstip en er zijn al wat voorbereidingen gedaan.
She’s moving next week because she has a new job. (het is geregeld)
I am meeting Jan at 2p.m. this afternoon. (afgesproken)
We are planning to move to Amsterdam as soon as I graduate. I have already found an apartment.
(gebeurt binnenkort en is voorbereid)
c. Voornemens en voorspellingen met bewijs
Je gebruikt be + going to + het hele werkwoord als:
– iemand iets van plan is (al vóór het moment van spreken)
– je een voorspelling doet over iets wat waarschijnlijk (niet) gaat gebeuren, gebaseerd op bewijs (wat
je ziet, hoorde etc.).
She’s going to apply for the post of district manager. (wat iemand van plan is)
They are very qualified. They are definitely going to be promoted. (voorspelling met bewijs)
d. Spontane uitingen, voorspellingen zonder bewijs en feiten
Je gebruikt will + het hele werkwoord in de volgende gevallen:
– (een voorspelling over) een toekomstig feit, iets minder zeker, of voorspellingen over iets waar je
géén bewijs voor hebt (vaak met think, believe, hope, etc.)
– een spontane aankondiging of beslissing over bereidheid (of juist het gebrek daaraan)
– een (vaak spontaan) aanbod of verzoek (zie modals) of een bevel of uitnodiging
– bij bepaalde voorwaardelijke bijzinnen waarbij iets zeer waarschijnlijk gaat gebeuren (constructies
met 'als dit..., dan dat') (zie first conditionals bij conditionals)