ROMAANS
Ca. 950 – 1250
- Ronde bogen bij vensters en deuren
- Zware dikke muren
- De relatiefkleine deur en lichtopeningen zijn vaak geplaatst in
ondiepe, brede nissen. Deze nissen hebben een ronde bovenkant of
worden ook vaak door stroken kleine ronde boogjes afgesloten
- De ronde gewelven worden gedragen door dikke pijlers of zuilen met
blokvormige bovenstukken (kapitelen). Soms zijn deze kapitelen
voorzien van gebeeldhouwde figuren.
- Bijna geen versieringen
- De meeste kerken werden gebouwd in Natuursteen
- Steeds meer tongewelven
Voorbeelden:
- Sint Servaas in Maastricht (grote Romaanse Basiliek)
- Pieterskerk te Utrecht
- Burcht te Leiden
GOTIEK
Ca. 1230 – 1560
- Spitse bogen als omlijsting van vensters en deuren
- Spitse versieringen (pinakels) als bekroning van geveltoppen
luchtbogen etc.
- Opengewerkte geometrische figuren in de bovenste gedeelten van
vensters en deuren (maaswerk)
- Luchtbogen en steunberen aan de buitenzijde van de kerken.
- In de kerken en kloosters kruisrib gewelven.
- Immense hoogte
- De vensters werden steeds groter
- Gekleurd glas
Voorbeelden:
- Domkerk te Utrecht
- De Stadhuizen van Gouda en Middelburg
- Sint Jan te ’s-Hertogenbosch
RENAISSANCE
Ca. 1530 – 1630
- Klassieke onderdelen als zuilen, pilasters en frontons.
- De renaissance is ontleend aan de Romeinse bouwkunst
- Ronde bogen in galerijen
- Zware, ruw gehakte blokken in de onderste laag van een gebouw
(rustica)
- In de (trap)gevels afwisselend lagen rode baksteen en lichte
natuursteen (speklagen) (dit komt ook in de Gotiek voor)
- Rijk versierde gevels
- Kruiskozijnen
- Versieringen waarbij de steen wordt gehakt in de vorm van een
opgerolde leren of metalen band waarin gaten zijn gestanst
(rolwerk)
- Schelpmotieven
, Voorbeelden:
- Het kasteel van Breda (hoewel sterk verbouwd in de 19e eeuw)
- Vleeshal in Haarlem
- Het oude stadhuis van Den Haag
- De Waag in Nijmegen
HOLLANDS CLASSISISME
Ca. 1630 – 1700
- Het zo goed mogelijk gebruiken van bouwelementen uit de klassieke
oudheid
- Toepassing, met behulp van pilasters (je ziet een platte zuil die op
de gevelwand geplakt lijkt.)
- De Pilasters in de gevels gaan vaak over meer dan een verdieping,
soms op een verhoging
- Later een verdergaande verstrakking zonder pilasters, met
vensteropeningen zonder versieringen.
Voorbeelden:
- Stadhuis (nu paleis) op de Dam te Amsterdam
- Mauritshuis in Den Haag
- Stadhuis van Maastricht
Neo stijlen komen op rond de 19e eeuw, dus als je dat op een gevel ziet
weet je al dat het een neo stijl moet zijn.
NEO-GOTIEK
Ca. 1840 – 1900
- Immitatie van de Gotische stijl
- Hoge torenspitsen bij de kerken
- Gebouwen zien er ‘ nieuw’ uit door machinaal vervaardigde
bakstenen
- Deze gebouwen komen uitsluitend in oude stads- of dorpskernen
voor, niet in een buitenwijk
Voorbeelden:
- Het stoomgemaal ‘Cruquius’ bij Heemstede
NEO-RENAISSANCE
Ca. 1850 – 1900
- Afwisselend gekleurde lagen in het metselwerk (speklagen)
- Het gebruik van mens- en dierkoppen als versiering
- Geblokte bogen boven de vensters en deuren
- Imitatie van de Nederlandse Renaissance stijl, te herkennen aan het
nieuwe gave uiterlijk.
- Rolwerk
Voorbeelden:
- Kasteel ‘ Oud Wassenaar’ te Wassenaar
- Het raadhuis van Noordwijk
- De grote kerk in Hoorn
- Station Hollands Spoor te Den Haag
RATIONALISME
Ca. 950 – 1250
- Ronde bogen bij vensters en deuren
- Zware dikke muren
- De relatiefkleine deur en lichtopeningen zijn vaak geplaatst in
ondiepe, brede nissen. Deze nissen hebben een ronde bovenkant of
worden ook vaak door stroken kleine ronde boogjes afgesloten
- De ronde gewelven worden gedragen door dikke pijlers of zuilen met
blokvormige bovenstukken (kapitelen). Soms zijn deze kapitelen
voorzien van gebeeldhouwde figuren.
- Bijna geen versieringen
- De meeste kerken werden gebouwd in Natuursteen
- Steeds meer tongewelven
Voorbeelden:
- Sint Servaas in Maastricht (grote Romaanse Basiliek)
- Pieterskerk te Utrecht
- Burcht te Leiden
GOTIEK
Ca. 1230 – 1560
- Spitse bogen als omlijsting van vensters en deuren
- Spitse versieringen (pinakels) als bekroning van geveltoppen
luchtbogen etc.
- Opengewerkte geometrische figuren in de bovenste gedeelten van
vensters en deuren (maaswerk)
- Luchtbogen en steunberen aan de buitenzijde van de kerken.
- In de kerken en kloosters kruisrib gewelven.
- Immense hoogte
- De vensters werden steeds groter
- Gekleurd glas
Voorbeelden:
- Domkerk te Utrecht
- De Stadhuizen van Gouda en Middelburg
- Sint Jan te ’s-Hertogenbosch
RENAISSANCE
Ca. 1530 – 1630
- Klassieke onderdelen als zuilen, pilasters en frontons.
- De renaissance is ontleend aan de Romeinse bouwkunst
- Ronde bogen in galerijen
- Zware, ruw gehakte blokken in de onderste laag van een gebouw
(rustica)
- In de (trap)gevels afwisselend lagen rode baksteen en lichte
natuursteen (speklagen) (dit komt ook in de Gotiek voor)
- Rijk versierde gevels
- Kruiskozijnen
- Versieringen waarbij de steen wordt gehakt in de vorm van een
opgerolde leren of metalen band waarin gaten zijn gestanst
(rolwerk)
- Schelpmotieven
, Voorbeelden:
- Het kasteel van Breda (hoewel sterk verbouwd in de 19e eeuw)
- Vleeshal in Haarlem
- Het oude stadhuis van Den Haag
- De Waag in Nijmegen
HOLLANDS CLASSISISME
Ca. 1630 – 1700
- Het zo goed mogelijk gebruiken van bouwelementen uit de klassieke
oudheid
- Toepassing, met behulp van pilasters (je ziet een platte zuil die op
de gevelwand geplakt lijkt.)
- De Pilasters in de gevels gaan vaak over meer dan een verdieping,
soms op een verhoging
- Later een verdergaande verstrakking zonder pilasters, met
vensteropeningen zonder versieringen.
Voorbeelden:
- Stadhuis (nu paleis) op de Dam te Amsterdam
- Mauritshuis in Den Haag
- Stadhuis van Maastricht
Neo stijlen komen op rond de 19e eeuw, dus als je dat op een gevel ziet
weet je al dat het een neo stijl moet zijn.
NEO-GOTIEK
Ca. 1840 – 1900
- Immitatie van de Gotische stijl
- Hoge torenspitsen bij de kerken
- Gebouwen zien er ‘ nieuw’ uit door machinaal vervaardigde
bakstenen
- Deze gebouwen komen uitsluitend in oude stads- of dorpskernen
voor, niet in een buitenwijk
Voorbeelden:
- Het stoomgemaal ‘Cruquius’ bij Heemstede
NEO-RENAISSANCE
Ca. 1850 – 1900
- Afwisselend gekleurde lagen in het metselwerk (speklagen)
- Het gebruik van mens- en dierkoppen als versiering
- Geblokte bogen boven de vensters en deuren
- Imitatie van de Nederlandse Renaissance stijl, te herkennen aan het
nieuwe gave uiterlijk.
- Rolwerk
Voorbeelden:
- Kasteel ‘ Oud Wassenaar’ te Wassenaar
- Het raadhuis van Noordwijk
- De grote kerk in Hoorn
- Station Hollands Spoor te Den Haag
RATIONALISME