Hoofdstuk 5 en 6 basisboek sociaal werk.
Agogiek: de leer van veranderkunde Sociaal werk: het welzijn bevorderen van mens, wijk en
maatschappij Methodiek: vastgelegde en doordachte praktijktheorie waarvan methodes worden
afgeleid Methode: de manier waarop je iets gaat doen. een manier van handelen om een doel te
bereiken. Een methode geeft handen en veten aan een methodiek. Bij methodes maak je gebruik van
instrumenten. Instrumenten zijn hulpmiddelen om de methode te ondersteunen. Empowerment:
de sociaal werker probeert de persoonlijk, sociale en maatschappelijke hulpbronnen van mensen te
vergroten om hun veerkracht te versterken.
Veerkracht: als mensen het lukt adequaat te
reageren op dreigende omstandigheden
Methodisch handelen : vanuit een visie
- Doelgericht
- Systematisch
- Procesmatig
- Bewust
Het is heel belangrijk om samen te werken bij
methodisch handelen. De kans van slagen en
waardering neemt toe als een project breed wordt
gedragen, er goede communicatie plaatsvindt en er meerdere partijen bij betrokken zijn. ook
evidence based werken. Het gaat er om dat jij als sociaal werker onderzoek en literatuur beoordeelt
op de praktische toepasbaarheid ervan in de situatie waar jij op dat moment mee te maken hebt.
- Cyclisch werken
,Methodisch handelen
- voorbereidingsfase
-uitvoeringsfase
-
, - Afrondingsfase
Hoofdstuk 6
Een beroep moet algemeen maatschappelijk erkend en herkend zijn. Vaak heeft het een
beroepscode. Dat wil zeggen dat je bepaalde handelingen mag uitvoeren. Een functie is precisering
van het werk van een beroepsbeoefenaar. Ieder beroep kent een specifieke set van kennis,
vaardigheden en beroepshouding. Competenties zijn dingen wat werknemers moeten kunnen en
kennen. Competenties komen mooi uit in kritische beroepssituaties. Kritische beroepssituaties zijn
situaties waarin de sociaal werker zich gesteld ziet voor een probleem of een dilemma. De
samenleving verandert constant dit vraagt om de volgende competenties: exploreren: de sociaal
werker werkt onderzoekend en verdiept zich in oorzaken van de sociale problematiek waarmee
mensen te maken hebben en de mogelijkheden om deze problematiek beter te hanteren, te
verlichten of misschien op te lossen. Interveniëren: de sociaal werker richt zich op ontwikkelend en
lerend vermogen van betrokkenen en neemt zo nodig taken over. Dit om te bereiken dat een
duurzame verbetering in de situatie wordt bereikt, waarin mensen hun wensen, behoeften en
ambities zelf kunnen realiseren binnen hun eigen talenten, mogelijkheden en netwerken. De sociaal
werker signaleert kansen, behoeften en niches en weet deze op een innovatieve wijze te benutten
door de signalen te vertalen naar concrete acties. Door dit ondernemen probeer je de situatie te
verbeteren en dat ze er profijt van kunnen blijven maken. door te professionaliseren blijf jezelf
verbeteren. De sociaal werker werkt aan het verbeteren van het handelen en de deskundigheid van
zichzelf.