Verplichte arresten Bestuursrecht 3
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen
, Bestuursrecht 3 Arresten 2016/2017
Naam Changoe
Rechtsvraag Wanneer is de burgerlijke rechter bevoegd ter zake van vorderingen
uit onrechtmatige daad en wanneer moet eiser (niet-)ontvankelijk
worden verklaard?
Antwoord Zie essentie
Samenvatting Changoe was sinds 1973 als belastingambtenaar werkzaam, totdat hij
in 1983 met twee besluiten van de staatssecretaris werd
geconfronteerd, inhoudende dat hij geen bezoldiging meer zou
ontvangen en dat hij zou worden ontslagen. Eerstgenoemde is door
het ambtenarengerecht vernietigd en laatstgenoemde is na gegrond
verklaard bezwaar ingetrokken. In de tussentijd heeft Changoe echter
schulden gemaakt door de gederfde inkomsten. Hij verzoekt
vergoeding van de schade van de staat als gevolg van de inmiddels
vernietigde en ingetrokken besluiten. Dit wordt afgewezen en
vervolgens vordert Changoe bij de civiele rechter schadevergoeding
uit hoofde van onrechtmatige daad (art. 1401 BW oud).
Essentie/conclusie ‘’De Hoge Raad heeft geoordeeld dat art. 3 Ambtenarenwet
meebrengt dat geschillen over schuldvorderingen die uit de
rechtsbetrekking tussen overheid en ambtenaar voortvloeien, voor
zover daarbij sprake is van een klacht over een besluit, handeling of
weigering van de overheid, met terzijdestelling van de algemene regel
van art. 2 Wet RO aan de kennisneming van de burgerlijke rechter
zijn onttrokken (HR 13 nov. 1941, NJ 1942, 172; zie ook HR 12 jan.
1951, NJ 1951, 538 en HR 4 dec. 1987, NJ 1988, 295). Deze
rechtspraak komt in aanmerking voor heroverweging.
Wanneer een administratieve rechter bevoegd is van een geschil
kennis te nemen, doet zulks in het algemeen niet af aan de
bevoegdheid van de burgerlijke rechter op grond van art. 2 Wet RO,
met name niet aan zijn bevoegdheid met betrekking tot vorderingen
uit onrechtmatige daad. Wel dient de eiser door de burgerlijke rechter
niet ontvankelijk te worden verklaard, wanneer, kort gezegd, de
administratieve rechter voldoende rechtsbescherming biedt (zie bijv.
HR 25 nov. 1977, NJ 1978, 255). Een en ander leidt tot het uit een
oogpunt van rechtsbescherming bevredigende en in een rechtsstaat
passende resultaat dat de burger een zo volledig mogelijke
rechtsbescherming geniet, nu de burgerlijke rechter, anders dan in een
stelsel van uitsluitende bevoegdheid van de administratieve rechter,
aanvullende rechtsbescherming kan bieden.‘‘
Context/Illustratie bij De burgerlijke rechter is altijd bevoegd ter zake van vorderingen uit
onrechtmatige daad, maar heeft een aanvullende rol, hetgeen
meebrengt dat betrokkene niet ontvankelijk moet worden verklaard
indien tevens een administratieve rechter bevoegd is en voldoende
rechtsbescherming biedt.
Naam Benthem
Rechtsvraag Kan het kroonberoep de toets van art. 6 EVRM omtrent voldoende
rechtsbescherming doorstaan?
Antwoord Nee
Samenvatting Benthem heeft een hinderwetvergunning aangevraagd bij de
gemeente. Deze vergunning werd verleend, waarna de milieu-
inspecteur beroep instelde bij de kroon. De kroon vernietigde de
verlening, waarna de gemeente Benthem opdrieg het plaatsen van zijn
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen