A) De vraag is of er sprake is van ondernemerschap voor de omzetbelasting bij de
verkoop van het weiland achter het huis van Jan. Om te kunnen spreken van een
belastingplichtige voor de omzetbelasting moeten er aan de volgende vereisten worden
voldaan die voortvloeien uit art. 9 btw-richtlijn:
Ieder
Ongeacht welke plaats
Economische activiteit
Ongeacht oogmerk of resultaat
Duurzaamheid/regelmaat
Zelfstandigheid
Jan is een natuurlijk persoon dus er wordt voldaan aan de eis ieder. De nationaliteit en de
vestiging zijn voor het ondernemerschap niet relevant. Volgens HvJ Slaby valt levering van
grond niet onder economische activiteit, tenzij de eigenaar meer doet dan louter de
uitoefening van zijn eigendomsrecht. Dit is niet het geval. Er wordt dus niet voldaan aan de
derde voorwaarde. Er is ook geen sprake van duurzaamheid, het is in dit geval slechts een
incidentele prestatie.
Conclusie: Jan is geen BTW-ondernemer.
B) De vraag is of Kees ondernemer is inde zin van de omzet belasting als Kees een
projectontwikkelaar inschakelt om zijn land in kavels te verdelen, er huizen op te realiseren
en die te verkopen. Kees is een natuurlijk persoon dus aan de eerste eis wordt voldaan.
Het maakt voor het ondernemerschap niet uit wat de nationaliteit en de vestigingsplaats
van de ondernemer zijn. Uit het arrest HvJ Slaby volgt dat hier wél sprake is van een
economische activiteit. De levering van grond als onderdeel van je privévermogen is
namelijk wel een economische activiteit als de eigenaar méér doet dat de loutere
uitoefening van zijn eigendomsrecht en actief stappen onderneemt door middelen in te
zetten die te vergelijken zijn met die welke een handelaar/fabrikant zou inzetten. Kees
schakelt een projectontwikkelaar in om de huizen op zijn grond te realiseren zodat hij er
winst mee kan maken en dit kan gezien worden als een actieve stap.
Er wordt ook voldaan aan het vereiste ‘’ongeacht oogmerk of resultaat’’.
Ook kan dit gezien worden als een duurzaam project en is Kees een zelfstandige.
Conclusie: Kees is een BTW-ondernemer.
C) De vraag is of Wolfgang ondernemer is in de zin van de omzetbelasting. Wolfgang is
dirigent en organiseert sinds 2010 elk jaar 2 uitvoeringen van de Matthäus-Passion. De
entreegelden zijn niet kostendekkend. Wolfgang is een natuurlijk persoon. Het is niet van
belang wat de nationaliteit of vestigingsplaats van de ondernemer is. Er moet sprake zijn
van een economische activiteit. Wolfgang verricht een dienst namelijk het zijn van dirigent.
Dit kan worden aangemerkt als een ‘’vrij beroep’’ en dus verricht hij een economische
activiteit. Eis vier is ongeacht oogmerk of resultaat. Winstoogmerk is niet vereist. Er is
afgesproken dat er een vergoeding wordt betaald. Het feit dat de entreegelden niet
kostendekkend zijn speelt geen rol bij het bepalen of er wel of geen sprake is van een
onderneming. Er is sprake van duurzaamheid omdat hij deze diensten sinds 2010 twee
keer per jaar verricht. Het is niet slechts een incidentele prestatie.
Wolfgang is een zelfstandige.
Conclusie: Wolfgang is een BTW-ondernemer.