Adviesrapport NCRV Dokument: Jeanne.
Naam: Simone Branten
Studentnummer: 2082171
Klas: 5017-2JX2
Academie voor Sociale Studies ’s-Hertogenbosch
Leerlijn: SPH230 – Rapporteren
Docent: Ilse Hendriks
Datum 29-3-2017
,Inhoudsopgave
Voorblad rapportage: Blz. 1
Inleiding Blz. 2
De voorgeschiedenis Blz. 2
Situatieschets Blz. 3
Visie van cliënt en direct betrokkenen: Visie Jeanne Blz. 3
Visie moeder Anke Blz. 3
Visie vader Theo Blz. 4
Visie van indirect betrokkenen/ deskundigen: Visie GGZ- arts/ psychiater Blz. 4
Visie therapeut CGT Blz. 4
Analyse en bevindingen van de hulpverleenster Blz. 4
Conclusie en advies Blz. 5
Literatuurlijst Blz. 6
, Inleiding
Voor de leerlijn SPH230 Rapporteren periode drie wordt er een rapport geschreven op microniveau
oftewel een cliëntrapportage. Als voorbereiding voor de cliëntrapportage wordt er van de studenten
gevraag om met aandacht te kijken naar de documentaire: NCRV Dokument Jeanne. Op basis van
deze documentaire is het cliëntrapport beschreven. Er is in dit rapport gekozen voor een
adviesrapportage. In deze adviesrapportage is er gebruik gemaakt van chronologische en
thematische volgordes.
In het adviesrapport worden allereerst de gegevens van de cliënt en rapporteur weergegeven.
Waaronder de inleiding van het adviesrapport beschreven wordt. In deze inleiding staat de
aanleiding, het doel en de centrale vraag centraal.
Vervolgens wordt de voorgeschiedenis van de cliënt: Jeanne Bischop beschreven. Daarin zal de
belangrijkste informatie uit de verleden tijd worden weergegeven, die van toepassing zal zijn op de
situatieschets oftewel de huidige situatie van de cliënt. Dit kopje is in chronologische volgorde
beschreven.
Hierop volgend zal dan de situatieschets worden uitgewerkt. Hierin zullen de huidige
omstandigheden van de cliënt uitgebreid beschreven worden. In dit kopje is de uitwerking in
chronologische volgorde te vinden.
Dan is in dit rapport de visie van de cliënt en direct betrokkenen te vinden. Dat houdt in dat hierin
de visie van de cliënt: Jeanne, haar moeder en haar vader (direct betrokkenen) zal worden
verwerkt. Ook onder dit kopje zal de uitwerking thematisch beschreven zijn.
Vervolgens is de visie van de indirect betrokkenen/ deskundigen beschreven. Hierin zal de visie van
de GGZ-arts/psychiater en de therapeut van de cognitieve gedragstherapie te vinden zijn. De
thematische volgorde is bij dit kopje ingezet.
Dan zijn de analyse en de bevindingen van de hulpverleenster in thematische vorm uitgewerkt.
Tot slot is aan het einde van het rapport de conclusie en het advies van de hulpverleenster te
vinden in thematische volgorde. In de conclusie wordt dan duidelijk antwoord gegeven op de
centrale vraag die gesteld is in de inleiding van het rapport en wordt er door de hulpverleenster
een advies gegeven aan de therapeuten in het algemeen.