M&O HEMA 20-09-22
3. Ja nieuwe producten en nieuwe afzetgebieden
4. Vernieuwing strategie (innovatie)
Aantekeningen powerpoint week 3:
Als je een andere strategie doet moet je je structuur en cultuur daarop aanpassen
- Organiseren is het ontwerpen van een organisatiestructuur (HOE) om doelen (WAT) te bereiken.
- De organisatiestructuur is afhankelijk van strategie
- Het resultaat is een organisatieschema:organogram, organigram, "hark"
- Dit plaatje laat zien: Het verdelen (verticaal en horizontaal) en groeperen van werkzaamheden, De
verdeling van bevoegdheden (centraal- decentraal), de coördinatie van werkzaamheden.
Het plaatje gaat over inkoop, verkoop en productie
Centraal is bovenin, aan de top (directie). Decentraal liggen de beslissingen op de werkvloer, laag,
(tandarts bijv).
Organisatiestructuur omvat:
- verdelen + groeperen van taken/werkzaamheden in afdelingen:
F-indeling: functionele groepering (inkoop, productie, verkoop = 1ste niveau onder de top, functie)
P-indeling: product groepering (product)
M-indeling: markt groepering (supermarken en restaurants, markt)
G-indeling: geografische indeling (gebied bijv Noord)
P,M,G = divisieorganisatie
F,P,M,G = Business Unit organisatie (organisatie met afdelingen bijv huishouden en telefoons)
F,P,M,G = projectorganisatie en matrixorganisatie (combinatie van functioneel en divisie je bent hier
ook erg flexibel)
- bevoegdheden verdelen: centraal- decentraal
3. Ja nieuwe producten en nieuwe afzetgebieden
4. Vernieuwing strategie (innovatie)
Aantekeningen powerpoint week 3:
Als je een andere strategie doet moet je je structuur en cultuur daarop aanpassen
- Organiseren is het ontwerpen van een organisatiestructuur (HOE) om doelen (WAT) te bereiken.
- De organisatiestructuur is afhankelijk van strategie
- Het resultaat is een organisatieschema:organogram, organigram, "hark"
- Dit plaatje laat zien: Het verdelen (verticaal en horizontaal) en groeperen van werkzaamheden, De
verdeling van bevoegdheden (centraal- decentraal), de coördinatie van werkzaamheden.
Het plaatje gaat over inkoop, verkoop en productie
Centraal is bovenin, aan de top (directie). Decentraal liggen de beslissingen op de werkvloer, laag,
(tandarts bijv).
Organisatiestructuur omvat:
- verdelen + groeperen van taken/werkzaamheden in afdelingen:
F-indeling: functionele groepering (inkoop, productie, verkoop = 1ste niveau onder de top, functie)
P-indeling: product groepering (product)
M-indeling: markt groepering (supermarken en restaurants, markt)
G-indeling: geografische indeling (gebied bijv Noord)
P,M,G = divisieorganisatie
F,P,M,G = Business Unit organisatie (organisatie met afdelingen bijv huishouden en telefoons)
F,P,M,G = projectorganisatie en matrixorganisatie (combinatie van functioneel en divisie je bent hier
ook erg flexibel)
- bevoegdheden verdelen: centraal- decentraal