Nieren en urinewegen
Nier vormt urine
Ureter transporteert urine naar de urine blaas
Urine blaas Tijdelijke opslag van urine
Urethra vervoerd urine naar de buitenwereld
Functies van de nieren
Regulatie en uitscheidingsorgaan t.b.v. de homeostase
Uitscheiding van afvalstoffen
Regulatie water en zouthuishouding
Regulatie osmotische waarde
Regulatie van de pH (zuur-base-huishouding)
Regulatie van de bloeddruk (RAAS systeem)
Calcium – fosfor huishouding
Stimulatie aanmaak van erytrocyten
Marcoscopie van de nieren
Nierschors (cortex)
Gespikkeld door de kapsels van Bowman
Niermerg (medulla)
streperig door lissen van Henle en verzamelbuizen. Het niermerg bestaat uit een
aantal (10 tot 20) piramiden, die met hun papillen (waarop de verzamelbuizen
uitmonden) uitsteken in de kelken van het nierbekken. Tussen de piramiden liggen
gebieden die aanvankelijk tot de nierschors behoorden.
Nierbekken (pyelum)
Bestaat uit papillen, deze lopen uit in nierbekken en dit loopt weer door in de ureter
Bloedaanvoer
Cardiac output van het hart in rust is 5 liter/min
20 % daarvan gaat naar de nieren dat is 1 liter/min
Aanvoer van bloed naar de nieren via; arteria renalis
Afvoer van bloed uit de nieren via: vena renalis
Nefronen
Nefron Functionele eenheid, die zelfstandig een druppel urine kan produceren
Elke nier bestaat uit ongeveer 1 miljoen nefronen
Interlobulaire arterie: Aftakking van de grote arterie
Vas afferens: Eindtak van de arterie, gaat over in
de glomerulus (arteriool met een permeabele wand)
Glomerulus: netwerk van kleine bloedvatten gelegen
in het kapsel van bowman. In de glomerulus wordt
een gedeelte van het bloed naar buiten geperst.
Grote bestanddelen van het bloed (zoals bloedcellen
en eiwitten) kunnen er niet door en blijven dus in
het bloed.