Samenvatting 3.1 t/m 3.3 + 3.6 t/m 3.10
3.1 Cell Chemistry and nutrition
Verschillende organismen hebben andere voedingstoffen nodig. Wanneer voedingstoffen in een
grote hoeveelheid nodig zijn heetten ze macronutriënten. Wanneer er maar een kleine hoeveelheid
nodig is dan heetten ze micronutriënten. De essentiele voedingstoffen zijn waterstof (H), zuurstof
(O), koolstof (C) stikstof (N), fosfaat (P), zwavel (S) en selenium (Se). Een microbiele cel bestaat uit
70-80% uit water. De rest wordt opgevuld met macromoleculen zoals eiwitten, nucleïnezuren, vetten
en polysachariden. Koolstof (50% drooggewicht) zit in deze macromoleculen. Autotrofe organismen
gebruiken CO2 als koolstofbron. Stikstof (13%) zit in nucleinezuren en eiwitten. Componnenten die
stikstof bevatten zijn ammonia (NH3), nitraat (NO3-) en stiksttofgas (N2). De andere stoffen zijn in de
tabel hieronder:
Micronutrienten zijn hierboven in de tabel aangegeven. Dit zijn elementen die in kleine
hoeveelheid maar nodig zijn. De meeste zijn cofactoren voor enzymen. Groeifactoren zijn organische
micronutriënten.
3.2 Media and Laboratory Culture
Een cultuurmedium is een voedingsstofrijke oplossing om microorganismen op te laten groeien. Er
zijn twee verschillende mediums te onderscheiden: gedefinieerde media en complexe media.
Gedefinieerde media bestaat uit precieze hoeveelheden anorganische/organische stoffen. De exacte
samenstelling is dus bekend. Koolstof is een belangrijk component in cultuurmediums. Voor sommige
organismen maakt specifieke hoeveelheden niet uit en deze worden dan op complexe mediums
geplaatst. Complexe mediums worden gemaakt van casein, beef, soybeans, yeast cells of andere
componenten die veel voedingsstoffen bevatten. Een nadeel is dat je niet exact weet wat erin zit.
Een enriched medium is een medium die eerst uit een complex medium bestaat maar vervolgens een
exacte hoeveelheid voedingsstof wordt toegevoegd. Cultuurmediums kunnen selectief en
differientaal (of beide) zijn. Een selectief medium is een medium dat de groei van sommige bacteriën
remt en van andere niet. Een differienteel medium is een medium die door middel van een
indicator(kleurstof) de groei van bacteriën kan laten zien. Dit komt doordat ze groeien hebben ze ook
een metabolische reactie en daardoor verandert de kleur van de indicator.
Verschillende organismen willen andere voedingsstoffen hebben om te groeien.
3.1 Cell Chemistry and nutrition
Verschillende organismen hebben andere voedingstoffen nodig. Wanneer voedingstoffen in een
grote hoeveelheid nodig zijn heetten ze macronutriënten. Wanneer er maar een kleine hoeveelheid
nodig is dan heetten ze micronutriënten. De essentiele voedingstoffen zijn waterstof (H), zuurstof
(O), koolstof (C) stikstof (N), fosfaat (P), zwavel (S) en selenium (Se). Een microbiele cel bestaat uit
70-80% uit water. De rest wordt opgevuld met macromoleculen zoals eiwitten, nucleïnezuren, vetten
en polysachariden. Koolstof (50% drooggewicht) zit in deze macromoleculen. Autotrofe organismen
gebruiken CO2 als koolstofbron. Stikstof (13%) zit in nucleinezuren en eiwitten. Componnenten die
stikstof bevatten zijn ammonia (NH3), nitraat (NO3-) en stiksttofgas (N2). De andere stoffen zijn in de
tabel hieronder:
Micronutrienten zijn hierboven in de tabel aangegeven. Dit zijn elementen die in kleine
hoeveelheid maar nodig zijn. De meeste zijn cofactoren voor enzymen. Groeifactoren zijn organische
micronutriënten.
3.2 Media and Laboratory Culture
Een cultuurmedium is een voedingsstofrijke oplossing om microorganismen op te laten groeien. Er
zijn twee verschillende mediums te onderscheiden: gedefinieerde media en complexe media.
Gedefinieerde media bestaat uit precieze hoeveelheden anorganische/organische stoffen. De exacte
samenstelling is dus bekend. Koolstof is een belangrijk component in cultuurmediums. Voor sommige
organismen maakt specifieke hoeveelheden niet uit en deze worden dan op complexe mediums
geplaatst. Complexe mediums worden gemaakt van casein, beef, soybeans, yeast cells of andere
componenten die veel voedingsstoffen bevatten. Een nadeel is dat je niet exact weet wat erin zit.
Een enriched medium is een medium die eerst uit een complex medium bestaat maar vervolgens een
exacte hoeveelheid voedingsstof wordt toegevoegd. Cultuurmediums kunnen selectief en
differientaal (of beide) zijn. Een selectief medium is een medium dat de groei van sommige bacteriën
remt en van andere niet. Een differienteel medium is een medium die door middel van een
indicator(kleurstof) de groei van bacteriën kan laten zien. Dit komt doordat ze groeien hebben ze ook
een metabolische reactie en daardoor verandert de kleur van de indicator.
Verschillende organismen willen andere voedingsstoffen hebben om te groeien.