PVPL les 11
Pedagogiek (opvoedkunde) -> studie van de manier waarop volwassenen
jeugdigen grootbrengen met een bepaald doel
Puberteit (vroege adolescentie of midden adolescentie) -> de periode waarin meiden
en jongens zich tot volwassenen ontwikkelen (geslachtsrijp en mentaal). Deze fase
valt het meeste op tussen 10 a 18 jaar.
Adolescentie (late adolescentie) -> overgang in de ontwikkeling tussen de puberteit
en volledige volwassenheid
Vroege adolescentie (identiteitsverandering):
- Lichamelijke ontwikkeling -> groeispurt
- Psychosociale ontwikkeling -> veranderingen in het voelen en het ervaren,
omgang met andere
- Cognitieve ontwikkeling -> veranderingen in denken, in leren en toename van
het abstract denken
Midden adolescentie (vervolg zoektocht naar identiteit):
- Wie ben ik eigenlijk? (kledingstijl, gemengde groepen etc.)
- Experimenteren (op zoek naar avontuur: blowen, alcohol, kledingstijl etc.)
Late adolescentie:
- Zelfbeeld en zelfgevoel -> meer inzicht op waarden en normen, weet steeds
beter wie hij/zij is.
- Verantwoordelijkheid nemen en keuzes maken
- Cognitieve ontwikkeling -> formeel denken en hoger abstractie vermogen
Het puberbrein
Prefrontale cortex: wordt als laatste ontwikkeld. Functies zijn: plannen, organiseren,
sociaal gedrag etc.
Amygdala: eerder ontwikkeld. Emotionele brein (van normaal tot onverantwoordelijk
gedrag)
Pedagogiek (opvoedkunde) -> studie van de manier waarop volwassenen
jeugdigen grootbrengen met een bepaald doel
Puberteit (vroege adolescentie of midden adolescentie) -> de periode waarin meiden
en jongens zich tot volwassenen ontwikkelen (geslachtsrijp en mentaal). Deze fase
valt het meeste op tussen 10 a 18 jaar.
Adolescentie (late adolescentie) -> overgang in de ontwikkeling tussen de puberteit
en volledige volwassenheid
Vroege adolescentie (identiteitsverandering):
- Lichamelijke ontwikkeling -> groeispurt
- Psychosociale ontwikkeling -> veranderingen in het voelen en het ervaren,
omgang met andere
- Cognitieve ontwikkeling -> veranderingen in denken, in leren en toename van
het abstract denken
Midden adolescentie (vervolg zoektocht naar identiteit):
- Wie ben ik eigenlijk? (kledingstijl, gemengde groepen etc.)
- Experimenteren (op zoek naar avontuur: blowen, alcohol, kledingstijl etc.)
Late adolescentie:
- Zelfbeeld en zelfgevoel -> meer inzicht op waarden en normen, weet steeds
beter wie hij/zij is.
- Verantwoordelijkheid nemen en keuzes maken
- Cognitieve ontwikkeling -> formeel denken en hoger abstractie vermogen
Het puberbrein
Prefrontale cortex: wordt als laatste ontwikkeld. Functies zijn: plannen, organiseren,
sociaal gedrag etc.
Amygdala: eerder ontwikkeld. Emotionele brein (van normaal tot onverantwoordelijk
gedrag)