PVPL Les 4
Leerdoel: De student kan de onderdelen van de beginsituatie van een specifieke
leersituatie en de consequenties ervan voor de betreffende leersituatie beschrijven.
Waarom is het belangrijk om een les goed voor te bereiden?
- Bewustwording van de lesdoel of lesdoelen
- Aandacht voor de leerlingactiviteiten en docentactiviteiten
- Lessen aan elkaar koppelen
Beginsituatie: ‘De beginsituatie is het geheel van factoren dat van invloed is (of kan
zijn) op het verloop en de resultaten van een specifieke leersituatie.
De beginsituatie: factoren rondom de leerlingen
1. Voorkennis / ervaring (lesonderwerp)
2. Niveau van de leerling(en) / leesvaardigheid;
3. Intelligentie / abstractievermogen;
4. Motivatie;
5. Ervaring met onderwijsconcepten / manier van leren;
6. Zelfstandigheid;
7. Maatschappelijke afkomst;
8. Waarden en normen;
9. Specifieke kenmerken (faalangst, ADHD, et cetera).
De beginsituatie: factoren rondom de leersituatie (omgeving/situatie)
1. De groep: grootte, samenstellig, sfeer, groepsgerichtheid (één groep /
subgroepen), waarden en normen, et cetera.
2. De docent / instructeur
3. De school: beschikbare lokalen en faciliteiten, schoolregels, veiligheids-,
milieu- en ARBO – voorschriften.
4. plaats van de les op de dag
5. de vorige lesmomenten
6. overige factoren (weer, actualiteit, et cetera.)
Hoe moet je de beginsituatie beoordelen?
- Observatie:
Gedragsaspecten met leerlingen
Groepsprocessen
Interactie tussen de leerling en de docent
- Toetsen:
Individuele aanwezige kennis
Niet aanwezige, maar beoogde kennis
Collectieve, onderlinge verschillende kennis
Leerdoel: De student kan de onderdelen van de beginsituatie van een specifieke
leersituatie en de consequenties ervan voor de betreffende leersituatie beschrijven.
Waarom is het belangrijk om een les goed voor te bereiden?
- Bewustwording van de lesdoel of lesdoelen
- Aandacht voor de leerlingactiviteiten en docentactiviteiten
- Lessen aan elkaar koppelen
Beginsituatie: ‘De beginsituatie is het geheel van factoren dat van invloed is (of kan
zijn) op het verloop en de resultaten van een specifieke leersituatie.
De beginsituatie: factoren rondom de leerlingen
1. Voorkennis / ervaring (lesonderwerp)
2. Niveau van de leerling(en) / leesvaardigheid;
3. Intelligentie / abstractievermogen;
4. Motivatie;
5. Ervaring met onderwijsconcepten / manier van leren;
6. Zelfstandigheid;
7. Maatschappelijke afkomst;
8. Waarden en normen;
9. Specifieke kenmerken (faalangst, ADHD, et cetera).
De beginsituatie: factoren rondom de leersituatie (omgeving/situatie)
1. De groep: grootte, samenstellig, sfeer, groepsgerichtheid (één groep /
subgroepen), waarden en normen, et cetera.
2. De docent / instructeur
3. De school: beschikbare lokalen en faciliteiten, schoolregels, veiligheids-,
milieu- en ARBO – voorschriften.
4. plaats van de les op de dag
5. de vorige lesmomenten
6. overige factoren (weer, actualiteit, et cetera.)
Hoe moet je de beginsituatie beoordelen?
- Observatie:
Gedragsaspecten met leerlingen
Groepsprocessen
Interactie tussen de leerling en de docent
- Toetsen:
Individuele aanwezige kennis
Niet aanwezige, maar beoogde kennis
Collectieve, onderlinge verschillende kennis