TAAK 8: TRYING TO MAKE IT WORK
Cisek – Cortical mechanisms of action selection: the affordance competition hypothesis.
Abstract: zegt dat ons brein info parallel verwerkt ipv serieel. Potentiële acties vechten dan tegen elkaar
tot er eentje wint die verder verwerkt wordt. Het dorsale visuele systeem specifieert acties die tegen
elkaar vechten in de fronto-parietale cortex, biasing invloeden gebeuren door de prefrontale gebieden
en de basale ganglia.
Intro: action selection en specification gebeuren tegelijkertijd. Sensorische info uit de omgeving wordt
dus continu gebruikt om bepaalde acties te leiden. Gedrag is dus een constant gevecht tussen tussen
interne representaties (affordances). Dit gaat dan alleen over acties die op dat moment beschikbaar zijn.
The affordance competition hypothesis
Parallelle pathways visuele systeem
1) Ventral stream (what): occipitale-temporale kwab. Cellen zijn gevoelig voor de info over de
identiteit van objecten. Cellen in de anterior inferotemporal (IT) cortex zijn gevoelig voor
kenmerken van stimuli die je net gezien hebt en voor de context waarin de stimulus gebeurde. IT is
belangrijk voor het herkennen van objecten.
2) Dorsal stream (where): occipitale-parietale kwab. Cellen zijn gevoelig voor de spatiale info. Deze
heeft eerder te maken met action specification, het verwerken van visuele info om zo potentiële
acties te specifiëren. Vb mogelijke richtingen om naartoe te reiken. Het toont niet alle mogelijke
bewegingen die er zijn, maar alleen de meest potentiële targets geraken tot in de parietale cortex.
Selectieve aandacht is dus ook heel belangrijk! De meeste gebieden hier in de parietale cortex
hangen ook samen met frontale gebieden en zijn betrokken bij de controle van bewegingen. De
fronto-parietale gebieden zijn dus verschillende loops doorheen de central sulcus die allemaal info
verwerken die gerelateerd is aan een specifieke beweging. Bij het voorstellen van bepaalde acties
zouden die gebieden dus tegelijkertijd actief kunnen zijn.
De competitie tussen acties gebeurt ook vooral in het fronto-parietale systeem. Binnen ieder gebied
cancellen cellen met een verschillende bewegingsvoorkeur elkaar uit. Hierdoor is er dus competitie
tussen verschillende potentiële acties. Die competitie is afhankelijk van stimulerende input van
verschillende gebieden (corticale + subcorticale). Dit zorgt voor een bias. De invloed van die biasing
factoren regelt de activiteit in de frontale en parietale neuronen, info die in het voordeel is van een
bepaalde actie laat de activiteit omhoog gaan, info die ertegen is net omlaag.
Neurale activiteit in de fronto-parietale gebieden gaat samen met sensorische en motorische gebieden
omdat het allemaal te maken heeft met de specificatie van potentiële acties en hierbij wordt dus
sensorische info gebruikt. De neurale activiteit wordt ook geregeld door decision variables
(opvallenheid/aandacht) want de competitie tussen potentiële acties wordt beïnvloed door verschillende
biasing inputs. Zo’n bias kan ontstaan uit de basale ganglia, DLPFC, …
1