Regelgeving legaliteitsbeginsel
“Nullum crimen, nulla poena sine lege” – art 1 sr en art 16 GW
- 1 sr is het materieelrechtelijke legaliteitsbeginsel, 16 GW is vooral voor de wetgever
o Let op verschil met het legaliteitsbeginsel vs. Opportuniteitsbeginsel. Hier
betekent legaliteit dat alle strafbare feiten moeten worden vervolgd.
- Moet je een gedraging strafbaar stellen?
o Niet elke vorm van onwenselijk gedrag is een strafbaar feit. Zo zijn dingen als
wanprestatie geregeld in het civiele recht.
o Soms heeft de opneming in het strafrecht vooral te maken met pragmatische
redenen (wet mulder – lagere snelheidsovertredingen zijn geen strafbare feiten)
- Dus bepalend: is een gedraging voldoende strafwaardig?
o Ernst van de gedraging en de mate van inbreuk op andermans
rechten/vrijheden.
o Maatschappelijke opvattingen en tijdsgeest (godslastering)
o Normen handen en voeten willen geven.
- Art 1 lid 2 - Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is,
worden de voor verdachte gunstigste bepalingen toegepast.
o Uitgangspunt is: rechterlijke aansprakelijkheidsstelling door de regelgeving die
geldt ten tijde van het plegen, lid 2 is een uitzondering.
- Soms staat er expliciet in de wet hoe men moet omgaan met bepaalde gevallen
(overgangsregeling) maar dan mag men alsnog niet in strijd handelen met art 1 lid 2
sr)
Internationaal:
- Artikel 7 EVRM
o Ruimer dan art 1 sr, omdat hierin niet alleen wordt gesteld dat een feit alleen
strafbaar is als hij in de wet staat, maar dat de hoogte van de straf ook niet
hoger mag zijn dan van tevoren in de wet is vastgesteld
Uitzondering: misdrijven tegen de menselijkheid (WOII).
- Artikel 15 IVBPR
o Lex mitior beginsel – als na begaan van het feit de wet verandert, krijgt de
verdachte de lichtste van de twee straffen.
- Artikel 49 lid 1 Handvest van de grondrechten van de EU
o Ook hier het lex mitior beginsel.
Het legaliteitsbeginsel heeft vooral betekenis voor gedragingen waarvan de strafbaarheid
niet op voorhand vaststaat.
Art 1 lid 1 sr
- Expliciet: de waarborgfunctie van het legaliteitsbeginsel. Hier volgt uit:
o Geen strafrechtelijke aansprakelijkheid zonder wettelijke basis
o Geen terugwerkende kracht van strafbaarstellingen
- Twee uitzonderingen op de waarborgfunctie:
o Internationale sfeer: als er een feit in een ander land is gepleegd, en er wordt
een uitleveringsverzoek gedaan (dubbele strafbaarheid nodig). Dan wordt