KENNISCLIP BELANGRIJKSTE TERMEN IN DE FARMACOLOGIE
Belangrijkste termen in de farmacologie:
- farmacotherapie
- geneesmiddelen
- indicaties
- contra-indicaties
- dosering
- bijwerkingen
- interacties
Farmacologie is de wetenschap der geneesmiddelen.
Farmacotherapie is behandelen met geneesmiddelen.
Er bestaan verschillende soorten therapieën:
- causale therapie
- symptomatische therapie
- substitutie therapie
Deze therapieën worden behandeld met geneesmiddelen.
Geneesmiddelen worden ook genoemd als: farmacon/ medicijn/ medicament.
Causale therapie is waarbij de oorzaak wordt weggenomen.
Causale therapie is zeldzaam.
Bv antibiotica tegen een bacterie.
Symptomatische therapie waarbij de ziekteverschijnselen worden verlicht of onderdrukt.
Bv antihypertensiva: medicatie tegen hoge bloeddruk, waarbij de doel is om de bloeddruk omlaag te krijgen.
Substitutie therapie is het aanvullen van tekorten
Bv bij diabetes type I met insuline.
Geneesmiddelen/ farmacon/ medicijnen/ medicament bestaan uit stoffen.
Elke stof kan natuurlijk of synthetisch zijn.
Elke stof wordt gebruikt ter middel als behandeling van klachten of het genezen van ziekten.
, Van elke geneesmiddelen wat op het markt is, bestaat het volgende:
- generieke naam
- merknaam
Generieke naam is hetzelfde als de stofnaam.
Stofnaam is de naam van het werkzame bestanddeel.
Generieke naam zijn meestal lange ingewikkelde namen.
Bv simvastatine (cholesterolverlager).
Fabrikanten geven een merknaam.
Merknaam is een flitsende naam.
Bv Zocor (voor simvastatine).
Verder bestaan er geneesmiddelen die moeten worden voorgeschreven voordat iemand het kan gebruiken.
Voorgeschreven geneesmiddelen gaan via een recept van de arts.
Over the counter/ OTC/ over de toonbank medicatie zijn geneesmiddelen die op eigen initiatief kan worden
gekocht.
Op eigen initiatief kan worden gekocht bij de apotheek of bij de drogisterij.
Bv paracetamol en anti-hooikoorts pilletjes.
Als medicatie wordt ingenomen, zijn 2 mechanismen die belangrijk zijn:
1. farmacodynamiek
2. farmacokinetiek
Farmacodynamiek is wat de stof met het lichaam doet.
Farmacodynamiek bestudeert hoe het middel op celniveau werkt.
Door in te grijpen op een receptor of ander molecuul.
Farmacodynamiek kijkt ook naar de reden waarom de stof wordt gegeven, het farmacologische effect.
Bv antihypertensivum, een anti hoge bloeddrukmiddel, de bloeddruk hopelijk laat dalen.
Farmacokinetiek is wat het lichaam met de stof doet.
Lichaam moet de stof:
- opnemen (absorptie)
- verdelen over het lichaam (distributie)
- verwerken of omzetten (metabolisme)
- uitgescheiden (eliminatie)
Belangrijkste termen in de farmacologie:
- farmacotherapie
- geneesmiddelen
- indicaties
- contra-indicaties
- dosering
- bijwerkingen
- interacties
Farmacologie is de wetenschap der geneesmiddelen.
Farmacotherapie is behandelen met geneesmiddelen.
Er bestaan verschillende soorten therapieën:
- causale therapie
- symptomatische therapie
- substitutie therapie
Deze therapieën worden behandeld met geneesmiddelen.
Geneesmiddelen worden ook genoemd als: farmacon/ medicijn/ medicament.
Causale therapie is waarbij de oorzaak wordt weggenomen.
Causale therapie is zeldzaam.
Bv antibiotica tegen een bacterie.
Symptomatische therapie waarbij de ziekteverschijnselen worden verlicht of onderdrukt.
Bv antihypertensiva: medicatie tegen hoge bloeddruk, waarbij de doel is om de bloeddruk omlaag te krijgen.
Substitutie therapie is het aanvullen van tekorten
Bv bij diabetes type I met insuline.
Geneesmiddelen/ farmacon/ medicijnen/ medicament bestaan uit stoffen.
Elke stof kan natuurlijk of synthetisch zijn.
Elke stof wordt gebruikt ter middel als behandeling van klachten of het genezen van ziekten.
, Van elke geneesmiddelen wat op het markt is, bestaat het volgende:
- generieke naam
- merknaam
Generieke naam is hetzelfde als de stofnaam.
Stofnaam is de naam van het werkzame bestanddeel.
Generieke naam zijn meestal lange ingewikkelde namen.
Bv simvastatine (cholesterolverlager).
Fabrikanten geven een merknaam.
Merknaam is een flitsende naam.
Bv Zocor (voor simvastatine).
Verder bestaan er geneesmiddelen die moeten worden voorgeschreven voordat iemand het kan gebruiken.
Voorgeschreven geneesmiddelen gaan via een recept van de arts.
Over the counter/ OTC/ over de toonbank medicatie zijn geneesmiddelen die op eigen initiatief kan worden
gekocht.
Op eigen initiatief kan worden gekocht bij de apotheek of bij de drogisterij.
Bv paracetamol en anti-hooikoorts pilletjes.
Als medicatie wordt ingenomen, zijn 2 mechanismen die belangrijk zijn:
1. farmacodynamiek
2. farmacokinetiek
Farmacodynamiek is wat de stof met het lichaam doet.
Farmacodynamiek bestudeert hoe het middel op celniveau werkt.
Door in te grijpen op een receptor of ander molecuul.
Farmacodynamiek kijkt ook naar de reden waarom de stof wordt gegeven, het farmacologische effect.
Bv antihypertensivum, een anti hoge bloeddrukmiddel, de bloeddruk hopelijk laat dalen.
Farmacokinetiek is wat het lichaam met de stof doet.
Lichaam moet de stof:
- opnemen (absorptie)
- verdelen over het lichaam (distributie)
- verwerken of omzetten (metabolisme)
- uitgescheiden (eliminatie)