Rechtsbronnen: kader
Rechtsbron: vindplaats van rechtsregels.
Steeds drie vragen:
1. Wat houdt deze rechtsbron in?
2. Onder welke voorwaarden geldt deze rechtsbron? (legaliteit of gelding)
3. Waarom geldt deze bron als rechtsbron? (legitimiteit)
Legaliteit vs. Legitimiteit:
Legaliteit:
o Kijken naar een specifieke regel
o Toetsen of aan voorwaarden voor geldigheid is voldaan.
Legitimiteit: (achtergrondvraag)
o Kijken naar bron als geheel
o Is die bron acceptabel voor ons
o Wegen van argumenten waarom
Bijvoorbeeld: wetgeving als rechtsbron, waarom accepteren we dat?
Meer een vraag van meer of minder legitiem, in plaats van ja of nee vraag.
Legitimiteit van de wet:
Trias politica / machtenscheiding machten zijn gescheiden.
o Montesquieu: maakte zich zorgen om de macht van de vorst in een land.
o Drie machten met eigen bevoegdheden
Maken van regels bevoegdheid wetgever
Wetgever is democratisch gekozen orgaan
o Rousseau: hoe kan een staat vormgegeven worden dat het als geheel een
legitiem systeem is.
Zie het als een sociaal contract: je spreekt met z’n alle af. De macht wordt
overgedragen aan het collectief.
o Wet als algemene wil: in principe wordt onze wil uitgevoerd.
o volkssoevereiniteit
wet in formele zin: wet die huwelijk van de koning goedkeurt.
dit is geen wet in materiële zin.
Vormen van legitimiteit
twee vormen van legitimiteit:
o trias politica
o democratie