Een visie op de bouwstenen voor goed openbaar bestuur
Woordenaantal: 5449
Vrije Universiteit Amsterdam
Vak: Goed bestuur
1
,Inhoudsopgave
Inleiding…………………………………………………………………..……………………3
Theoretisch kader………………………………………………………………………..……..4
De goede bestuurder en vakmanschap……………………………………………...….4
Publieke waarden………………………………………………………………..……..5
Waardenconflicten……………………………………………………..……….7
Public value management……………………………………………………..………..8
Mijn visie op goed bestuur……………………………………………………………10
Casus: Goed bestuur volgens Boudewijn Steur………………………...…………...………..12
De goede bestuurder en vakmanschap…………………………………………..……12
Publieke waarden(conflicten)…………………….……………………..…………….13
Public value management…………………………………………..…………………14
Conclusie……………………………………………………………………………………...15
Literatuurlijst………………………………………………………………………….………17
2
, Inleiding
Deze week werd bekend dat Nederland een aantal punten gezakt is op de jaarlijkse
corruptieranglijst van Transparancy International (NOS, 2023). De politieke integriteit zou
niet op orde zijn: er is onvoldoende toezicht op lobbyisten, er zijn minder regels over de
financiering van politieke partijen dan in andere landen, en de afkoelperiode voor politici is
niet goed geregeld, wat twijfels op kan roepen over belangenverstrengeling en ongewenste
beïnvloeding van de politiek op het bestuur.
Sinds de jaren 1990 is in de westerse wereld het discours over ‘goed’ bestuur steeds
prominenter geworden. Wat houdt ‘goed’ bestuur eigenlijk in? De Wereldbank definieerde in
1989 ‘good governance as good-for-economic-development’ (Bevrir, 2009). Deze definitie
lijkt te passen bij het New Public Management (NPM), een bestuurskundig paradigma met
een focus op prestaties, resultaatgericht management en marktdenken in publieke organisaties,
waar enorm veel kritiek op is gekomen. Andere pogingen die gedaan zijn om goed bestuur te
definiëren leiden meestal tot operationalisaties waarin het vaak om een rijtje waarden gaat,
zoals het Good Governance Model van de Verenigde Naties, of de Nederlandse Code voor
Goed Openbaar Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) (UN ESCAP, 2009, p.3; Ministerie BZK, 2009, p.9).
Vaak gaat het om waarden waar vrijwel niemand van zou zeggen dat ze er niet toe doen.
Probleem is echter dat deze waarden in de praktijk niet altijd tegelijk realiseerbaar zijn: vaak
conflicteren ze. Denk bijvoorbeeld aan het nareisverbod, waarmee doeltreffendheid beoogd
werd door de instroom van asielzoekers tijdelijk te verminderen om de situatie in Nederland
houdbaar te maken. Hierdoor kwam de waarde van rechtmatigheid echter in het gedrang. Een
ander voorbeeld is de Toeslagenaffaire: door de nadruk vanuit de politiek op efficiëntie werd
er minder aandacht besteed aan een rechtvaardige, menselijke behandeling van burgers, met
alle gevolgen van dien. Als belangrijke waarden conflicteren, hoe ga je daar als goed
bestuurder dan mee om dergelijke problemen te voorkomen?
In dit paper zal aan de hand van een analyse van de literatuur rondom goed bestuur uit het
oogpunt van drie perspectieven worden getracht een kader te schetsen waarmee over goed
bestuur kan worden geoordeeld. Dit kader zal vervolgens worden toegepast en vergeleken met
een casus uit de praktijk van het ministerie BZK. Het paper sluit af met een conclusie waarin
mijn visie over goed bestuur wordt gepresenteerd, afgeleid uit de voorgaande hoofdstukken.
3