Cursus 7
Zorgverlenen bij circulatiestoornissen
Testvision blok B
,Inhoudsopgave
Wondgenezing ................................................................................................................................................. 3
Hart en circulatie ............................................................................................................................................ 14
Anatomie en fysiologie hart en circulatie ......................................................................................................... 14
Pathologie hart en circulatie ............................................................................................................................ 21
Vaatdruk ........................................................................................................................................................ 30
Diabetes Mellitus en hart en circulatie ........................................................................................................... 34
Wonden ......................................................................................................................................................... 48
Behandeling wondrand ulcus cruris en decubitus ............................................................................................ 48
Flebologie ...................................................................................................................................................... 51
Weblecture CVI ................................................................................................................................................. 51
Kliniekles 1 Flebologie ...................................................................................................................................... 60
Sonografie ...................................................................................................................................................... 65
TIME-model.................................................................................................................................................... 68
Huidverschijnselen CVI, huidinfecties, HIV en AIDS ........................................................................................ 69
Huidverschijnselen CVI...................................................................................................................................... 69
Dermatologie bacteriële en virale huidinfecties ............................................................................................... 72
Dermatologie HIV en aids ................................................................................................................................. 83
Dermatologie SOA ............................................................................................................................................ 86
Dermatologie huidinfecties mycose en parasitaire aandoeningen .................................................................. 92
Dermatologie importziekten ............................................................................................................................ 96
Wondranden, systemische middelen ............................................................................................................. 99
Immunosuprressiva, penicillamine, sulfapyridine & synthetische antimalariamiddelen ................................. 99
Plastische chirurgie, behandeling brandwonden en corrigerende operaties ................................................ 101
Brandwonden .............................................................................................................................................. 107
Voeding en wondzorg .................................................................................................................................. 111
Wondmaterialen bij type wonden................................................................................................................ 114
NHG Richtlijn ulcus cruris ............................................................................................................................... 114
ACT............................................................................................................................................................... 125
ACT zwachtelen onderbeen + hele been ......................................................................................................... 125
Samenvatting boek Verdonk hoofdstuk 5,6 en 9 ............................................................................................ 133
TEK + aantrekhulpen ...................................................................................................................................... 141
2
,Wondgenezing
Ons lichaam wordt de gehele dag blootgesteld aan prikkels waarvan meerdere potentieel schadelijk.
→ Afweersysteem
Welke soorten gevaren kan je tegenkomen? Bv:
- Hondenbeten Zijn zeer gevaarlijke worden mede t.g.v. infectie
- Uitlaatgassen
- Influenza virus Door bv. Hoesten
- E. Coli Darmbacterie aan deurknop wc
In het lichaam is een dynamisch evenwicht: Homoiostasis (= homeostase)
• Lichamelijk
• Geestelijk
• Sociaal (economisch)
Ziekteoorzaken
Iedere ziekte heeft een oorzaak, maar deze is/zijn niet altijd bekend.
Monocausaal = één oorzaak voor een ziekte → Meest voorkomend
Multicausaal = Meerdere factoren die een ziekte veroorzaken
Ethiologie van een ziekte = Oorzaak van een ziekte
Noxe/ Noxa (= schade) = Schadelijke prikkel = Ziekteoorzaak
Nocisensoren (= pijnzintuigen) → Gevoelig voor beschadiging
• Exogene noxe (van buiten)
o Fysisch
▪ Druk
▪ Thermisch: warmte/ kou
▪ Elektrisch
▪ Straling
▪ Geluid
▪ Zuurstoftekort
o Chemisch
▪ Etsende stoffen/ gif
o Biologisch
▪ Infecties!
o Oorzaken gelegen in de voeding
Het voedsel kan:
▪ Besmet zijn
▪ Andere ziekmakende bestanddelen bevatten
▪ Kwantitatief of kwalitatief onjuist van samenstelling is
▪ Vitaminen
▪ Sporenelementen
• Endogene noxe (van binnen)
o Afwijkende genen of chromosomen
▪ Immuundeficiënties
▪ Enzymdeficiënties
o Anatomische afwijkingen
o Bij het embryo in de baarmoeder
▪ Medicamenten, drugs, zuurstoftekort, virusinfecties (rodehond/ rubella,
toxoplasma)
3
, Wat gebeurt er met de cel?
Homeostatisch evenwicht
De cel blijft in evenwicht met zijn omgeving en er vindt geen verandering in structuur en functie plaats.
Normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de prikkel aanpassen.
Waar hangt het aanpassingsvermogen van de cel vanaf?
• Soort cel (zenuwcellen kunnen niet goed herstellen)
• Celdelingsfase
• Cel leeftijd
• Cel conditie
Cel veranderingen
Als de cel zich niet kan aanpassen (wanneer de prikkel heel sterk is en lang duurt etc.) kunnen er
veranderingen gaan optreden.
Groeistoornis/ Structuur
• Hypertrofie: De cel wordt groter
• Hyperplasie: Het aantal cellen neemt toe
• Metaplasie: Cellen gaan zich in een andere richting differentiëren
• Neoplasie: Autonome celgroei/ bv. t.g.v. oncogene virussen → kanker
Regressieve veranderingen
Een achteruitgang (regressie) in de functie en de structuur van de cel.
Door het inwerken van de Noxe kunnen er verschillende dingen gebeuren:
• De cel herstelt
• De cel verandert
• De cel gaat dood → Celdood = necrose
Achteruitgang in functie en structuur op cel en weefselniveau:
• Degeneratie = Ophoping van abnormale substanties in of tussen de cellen:
o Hydrophische degeneratie → Te veel opgeslagen water
o Vettige degeneratie → Te veel opgeslagen lipiden
o Hyaliene verandering
o Mucoïde verandering
o Dystrofische calcificaties → Te veel kalk wordt opgeslagen
• Atrofie = Cel wordt kleiner en aantal cellen neemt af
• Necrose Na de celdood kunnen er 3 dingen gebeuren:
• Regeneratie = De cellen worden vervangen door gelijkwaardige cellen
• Reparatie = De cellen worden vervangen door bindweefsel
• Dood treedt in = Te veel cellen zijn doodgegaan
Een zwarte verkleuring van het necrotisch weefsel = Gangreen
Hoe ontstaan ziekten?
Noxe:
- De aard en intensiteit
- De tijd dat men eraan blootgesteld wordt
Afweer:
- Constitutie (erfelijk eigenschappen)
- Conditie (bv. leeftijd, voedingstoestand etc.)
4