5.1 Inleiding
Onderscheid tussen
Risicokengetallen = hebben te maken met de mate waarin de organisatie in staat is om aan
haar verplichtingen te voldoen (liquiditeit en solvabiliteit)
Rendementskengetallen = hebben te maken met de winstgevendheid van de organisatie.
Window dressing = door rekentrucjes het mooier laten lijken dan het is.
5.2 Liquiditeit van een organisatie
Organisatie is liquide als zij op elk moment aan haar kortlopende verplichtingen kan voldoen
(betalingsverplichtingen binnen een jaar). Slechte liquiditeit vergroot de kans op faillissement.
Kort vreemd vermogen (KVV): binnen een jaar betalen. Dit zijn crediteuren, te betalen belastingen,
te betalen dividend etc.
Als de te verwachten uitgaven voor korte termijn bekend zijn, moet worden gekeken of er voldoende
liquide middelen zijn om alle schuldeisen ook echt te betalen. Vaste activa zijn meestal niet snel en
makkelijk in geld om te zetten. Vlottende activa ook niet zeker hoeveel geld zij opbrengen. Dus
eigenlijk alleen liquide middelen, kas- en banktegoeden geschikt om direct schulden af te lossen.
5.2.1 Current Ratio (CR)
om liquiditeit van organisatie te bepalen.
geeft verhouding aan tussen vlottende activa en kortlopende schulden (op bepaald moment)
𝒗𝒍𝒐𝒕𝒕𝒆𝒏𝒅𝒆 𝒂𝒄𝒕𝒊𝒗𝒂
𝑪𝑹 =
𝒌𝒐𝒓𝒕𝒍𝒐𝒑𝒆𝒏𝒅 𝒗𝒓𝒆𝒆𝒎𝒅 𝒗𝒆𝒓𝒎𝒐𝒈𝒆𝒏
Uitkomst moet boven de 1 zijn, dan liquide. Maar misleidend doordat de voorraden erin worden
meegenomen.
5.2.2 Quik Ratio (QR)
om liquiditeit van organisatie te bepalen.
wordt alleen rekening gehouden met de meest liquide vlottende activa (zonder voorraden)
𝒗𝒍𝒐𝒕𝒕𝒆𝒏𝒅𝒆 𝒂𝒄𝒕𝒊𝒗𝒂 − 𝒗𝒐𝒐𝒓𝒓𝒂𝒅𝒆𝒏
𝑸𝑹 =
𝒌𝒐𝒓𝒕𝒍𝒐𝒑𝒆𝒏𝒅 𝒗𝒓𝒆𝒆𝒎𝒅 𝒗𝒆𝒓𝒎𝒐𝒈𝒆𝒏
Uitkomst moet boven de 1 zijn, dan liquide. Maar de vraag of een QR van 0.5 genoeg is, is afhankelijk
van:
De voorraad misschien toch redelijk snel in geld om te zetten
Kortlopende verplichtingen rekening-courant hoeft niet per se naar 1 jaar afbetaald te
worden
Dus er kan niet de conclusie worden getrokken dat de organisatie binnenkort failliet gaat omder QR
maar 0.5 is.
5.2.3 Liquiditeitenbegroting
Bepalen van liquiditeit via CR en QR heeft aantal grote nadelen. Window dressing mogelijk, het zijn
momentopnamen (statische liquiditeit). Een liquiditeitsbegroting is een schatting van de ontvangsten
en uitgaven voor de komende periode (dynamische liquiditeit).
5.3 Solvabiliteit van een organisatie
Solvabiliteit = geeft aan of een organisatie in staat is om in geval van beëindiging (liquidatie) aan haar
verplichtingen tov verschaffers van vreemd vermogen te voldoen. Belangrijkste ratio’s om
solvabiliteit te berekenen:
Debt ratio
Weerstandsvermogen
Rentedekkingsfactor
1