1 Hobbes, Locke, Sociaal contract: Leden van de maatschappij zijn vrij wanneer ze zelf
Rousseau instemmen met machtsuitoefening. Ze geven vrijwillig een deel van hun
macht af aan bepaalde instituties (wetten, politie).
1 Hobbes Natuurtoestand: de menselijke natuur wordt duidelijk wanneer we
culturele en institutionele factoren wegdenken. De fundamentele
drijfveren van mensen om zelfbehoud te genereren zijn dan: 1) begeerte
naar macht, 2) angst voor de dood en 3) rede.
In de natuurtoestand geldt het recht van de sterkste, er is schaarste en
de drijfveren 1 en 2 leiden tot een oorlog van allen tegen allen. Het
bestaan is eenzaam, armoedig, beestachtig, kort.
Dus beter aan regels houden, daarom sociaal contract.
1 Hobbes Leviathan: een sterfelijke god die alle macht verenigt en zorgt voor vrede
en veiligheid. Deze is groter en sterker dan de natuurlijke mens. Alle
mensen samen vormen een groter geheel (leviathan).
2 Marx Hij focust op: het sociaal-economisch leven (economie, burgerlijke
samenleving) en relaties en interacties gekenmerkt door onvrijheid
(vervreemding, uitbuiting, ongelijkheid) dit resulteert in klassenstrijd.
2 Marx, Religie: God is een projectie van (typisch menselijke) eigenschappen,
Feuerbach welke zijn overdreven en toegeschreven aan een zelf uitgevonden wezen
(God). God is dus een wezen wat door de mens zelf geschapen is en niet
andersom.
De mens ziet in God een ander, hem vreemd wezen, terwijl hij in feite
zijn eigen wezen aanschouwt zelfvervreemding
2 Marx Religie: dit is ‘opium van het volk’: de mens wordt niet langer
onderworpen door een vreemde macht, maar door zichzelf.
Religie is het instrument om mensen in een illusie te laten. Men ziet geen
ketenen maar bloemen en men gelooft dat men hard moet werken om
daarna in de hemel terecht te komen. Als we deze bloemen weghalen
dan wordt de echte uitbuiting zichtbaar.
2 Marx Arbeid en kapitaal: Kapitalisten vervreemden dingen: