Medische vakken periode 3
03-000 Intro P3
Na periode 3 is de student in staat om:
⃝ Macroscopische kenmerken en fasen van een ontstekingsreactie te noemen
⃝ Aan te geven wat er in de verschillende fasen van de ontstekingsreactie gebeurt
⃝ Verschillende soorten ontstekingen te noemen en de verschillen te benoemen
⃝ Aan te geven wat er op weefselniveau gebeurt in de verschillende fasen van de
ontstekingsreactie
⃝ Aan te geven wat er op weefselniveau gebeurt bij de verschillende soorten
ontstekingen
⃝ Het verschil tussen verschillende soorten ontstekingen uit te leggen op
weefselniveau
⃝ De kenmerken van een ontstekingsreactie aan te geven bij osteomyelitis
Met betrekking tot gewrichtsaandoeningen:
⃝ De gewrichtsaandoeningen die in de praktijk vaak voorkomen en de kenmerken
ervan te benomen
⃝ De metabole skeletziekten die in de praktijk vaak voorkomen en kenmerken ervan
benomen
⃝ De bouw, groei en verbening van botweefsel te beschrijven
⃝ Een systematische uitwerking op hoofdpunten geven van onderstaande
ziektebeelden:
o Reumatoide artritis
o Jicht
o Artrose
o Morbus Bechterew
o Morbus Paget
o Morbus Perthes
o Primaire bottumoren
o Osteomalacie
o Osteomyelitis
o Oesteoporose
o Hyperparathuroidie
⃝ De anatomie van de gewrichten van de bovenste en onderste extremiteiten
herkennen en benoemen
,Met betrekking tot het zenuwstelsel
⃝ De grove opbouw van het zenuwstelsel beschrijven en herkennen
⃝ De relatie van de hersenen met de schedel en meningen te begrijpen. Meningen
kunnen herkennen en benoemen
⃝ De veneuze en arteriele bloedcirculatie begrijpen en deze structuren kunnen
herkennen en benoemen
⃝ Het ventrikelsysteem kunnen herkennen en benoemen inclusief functie
cerebrospinale vloeistof
⃝ De opbouw van de cerebrale cortex begrijpen inclusief de belangrijke gyri en sulci
⃝ Het principe van functionele lokalisatie beschrijven
⃝ Het corpus callosum herkennen en benoemen
⃝ De in de syllabus beschreven craniale zenuwen kunnen herkennen en benoemn
(inclusief functie)
⃝ De basale ganglia kunnen herkennen en benoemen (inclusief functie van dit systeem)
⃝ De opbouw en functie van de medulla spinalis begrijpen. Verschillende anatomische
structuren van de medulla spinalis herkennen en benomen
⃝ De kenmerken zoals de vorm en ligging te noemen van de anatomische structuren
van het zenuwstelsel
⃝ De functie van het anatomische structuur van zenuwstelsel begrijpen
⃝ De parate kennis die in het onderdeel ‘neuroanatomie’ is verworven te gebruiken in
de praktijk van de MBRT
,03-001 Toetsbespreking + intro periode 3
Ontstekingsreactie:
Definitie: lokale reactie op weefselbeschadiging
- Verschillende oorzaken
o Infectie (virus, bacterie)
o Trauma
o Hitte, kou enz.
- Microscopisch niveau (weefselniveau)
- Cellen spelen een rol
o Bloedcellen
Bloedcellen:
- Erythrocyten
o Rode bloedcellen
o Transport van zuurstof
- Trombocyten
o Bloedplaatjes
o Van belang tot bloedstelping
- Leukocyten
o Witte bloedcellen
o Van belang voor afweersysteem
▪ Specifieke afweer: immuunreacties
▪ A-specifieke afweer: ontstekingsreacties
Ontstekingsreactie:
- Ontstekingsfase
o Reactie van kleine bloedvaten
o Bloedcellen die een rol spelen
- Proliferatiefase
o Celdeling
o Herstel van weefsel
- Organisatiefase
o Structuur van weefsel hersteld
o Bouw levert optimale sterkte
Resultaat van ontsteking:
- Herstel weefselintegriteit
, - Abces vorming
- Litteken vorming
- Chronische ontsteking
o Na acute ontsteking
o Gevolg van immuunreactie
1. Ontstekingsfase
o Microscopisch
▪ Verandering doorlaatbaarheid van de vaten
▪ Cellen in ontstekingsgebied
o Macroscopisch
▪ Rubor
• Bloedstolling
o Trombocyten
o Stollingsfactoren
o Vorming van fibrine
• Verandering van vaten van microcirculatie onder invloed van
mediatoren
o Arteriolen
o Capillairen
o Venulen
• Verhoogde doorbloeding
• Vaatwand meer doorlaatbaar
▪ Tumor
• Zwelling door uittredend vocht uit vaten
• Vocht in interstitium: oedeem
• Interstitium wordt dunner
• Bacteriën en metabolieten worden afgevoerd
o Lymfevaten
o Lymfeknopen (lymfeklieren)
o V. cava superior
▪ Calor
• Vaso-actieve mediatoren
o Histamine en heparine uit mestcellen
o Bradykinine uit bloedplasma
o Leukotrienen en prostaglandinen uit celmembraan
• Endotheelcellen ‘laten los’
• Vocht en eiwitten lekken uit bloedbaan
• Cellen treden uit de bloedbaan (o.a. leukocyten)
▪ Dolor
• Nociceptieve neuronen
o Mediatoren uit weefselbeschadiging
▪ Prikkelen zenuwuiteinde (Bradykine BK)
▪ Perifere sensitatie (Prostagkanding PG)
03-000 Intro P3
Na periode 3 is de student in staat om:
⃝ Macroscopische kenmerken en fasen van een ontstekingsreactie te noemen
⃝ Aan te geven wat er in de verschillende fasen van de ontstekingsreactie gebeurt
⃝ Verschillende soorten ontstekingen te noemen en de verschillen te benoemen
⃝ Aan te geven wat er op weefselniveau gebeurt in de verschillende fasen van de
ontstekingsreactie
⃝ Aan te geven wat er op weefselniveau gebeurt bij de verschillende soorten
ontstekingen
⃝ Het verschil tussen verschillende soorten ontstekingen uit te leggen op
weefselniveau
⃝ De kenmerken van een ontstekingsreactie aan te geven bij osteomyelitis
Met betrekking tot gewrichtsaandoeningen:
⃝ De gewrichtsaandoeningen die in de praktijk vaak voorkomen en de kenmerken
ervan te benomen
⃝ De metabole skeletziekten die in de praktijk vaak voorkomen en kenmerken ervan
benomen
⃝ De bouw, groei en verbening van botweefsel te beschrijven
⃝ Een systematische uitwerking op hoofdpunten geven van onderstaande
ziektebeelden:
o Reumatoide artritis
o Jicht
o Artrose
o Morbus Bechterew
o Morbus Paget
o Morbus Perthes
o Primaire bottumoren
o Osteomalacie
o Osteomyelitis
o Oesteoporose
o Hyperparathuroidie
⃝ De anatomie van de gewrichten van de bovenste en onderste extremiteiten
herkennen en benoemen
,Met betrekking tot het zenuwstelsel
⃝ De grove opbouw van het zenuwstelsel beschrijven en herkennen
⃝ De relatie van de hersenen met de schedel en meningen te begrijpen. Meningen
kunnen herkennen en benoemen
⃝ De veneuze en arteriele bloedcirculatie begrijpen en deze structuren kunnen
herkennen en benoemen
⃝ Het ventrikelsysteem kunnen herkennen en benoemen inclusief functie
cerebrospinale vloeistof
⃝ De opbouw van de cerebrale cortex begrijpen inclusief de belangrijke gyri en sulci
⃝ Het principe van functionele lokalisatie beschrijven
⃝ Het corpus callosum herkennen en benoemen
⃝ De in de syllabus beschreven craniale zenuwen kunnen herkennen en benoemn
(inclusief functie)
⃝ De basale ganglia kunnen herkennen en benoemen (inclusief functie van dit systeem)
⃝ De opbouw en functie van de medulla spinalis begrijpen. Verschillende anatomische
structuren van de medulla spinalis herkennen en benomen
⃝ De kenmerken zoals de vorm en ligging te noemen van de anatomische structuren
van het zenuwstelsel
⃝ De functie van het anatomische structuur van zenuwstelsel begrijpen
⃝ De parate kennis die in het onderdeel ‘neuroanatomie’ is verworven te gebruiken in
de praktijk van de MBRT
,03-001 Toetsbespreking + intro periode 3
Ontstekingsreactie:
Definitie: lokale reactie op weefselbeschadiging
- Verschillende oorzaken
o Infectie (virus, bacterie)
o Trauma
o Hitte, kou enz.
- Microscopisch niveau (weefselniveau)
- Cellen spelen een rol
o Bloedcellen
Bloedcellen:
- Erythrocyten
o Rode bloedcellen
o Transport van zuurstof
- Trombocyten
o Bloedplaatjes
o Van belang tot bloedstelping
- Leukocyten
o Witte bloedcellen
o Van belang voor afweersysteem
▪ Specifieke afweer: immuunreacties
▪ A-specifieke afweer: ontstekingsreacties
Ontstekingsreactie:
- Ontstekingsfase
o Reactie van kleine bloedvaten
o Bloedcellen die een rol spelen
- Proliferatiefase
o Celdeling
o Herstel van weefsel
- Organisatiefase
o Structuur van weefsel hersteld
o Bouw levert optimale sterkte
Resultaat van ontsteking:
- Herstel weefselintegriteit
, - Abces vorming
- Litteken vorming
- Chronische ontsteking
o Na acute ontsteking
o Gevolg van immuunreactie
1. Ontstekingsfase
o Microscopisch
▪ Verandering doorlaatbaarheid van de vaten
▪ Cellen in ontstekingsgebied
o Macroscopisch
▪ Rubor
• Bloedstolling
o Trombocyten
o Stollingsfactoren
o Vorming van fibrine
• Verandering van vaten van microcirculatie onder invloed van
mediatoren
o Arteriolen
o Capillairen
o Venulen
• Verhoogde doorbloeding
• Vaatwand meer doorlaatbaar
▪ Tumor
• Zwelling door uittredend vocht uit vaten
• Vocht in interstitium: oedeem
• Interstitium wordt dunner
• Bacteriën en metabolieten worden afgevoerd
o Lymfevaten
o Lymfeknopen (lymfeklieren)
o V. cava superior
▪ Calor
• Vaso-actieve mediatoren
o Histamine en heparine uit mestcellen
o Bradykinine uit bloedplasma
o Leukotrienen en prostaglandinen uit celmembraan
• Endotheelcellen ‘laten los’
• Vocht en eiwitten lekken uit bloedbaan
• Cellen treden uit de bloedbaan (o.a. leukocyten)
▪ Dolor
• Nociceptieve neuronen
o Mediatoren uit weefselbeschadiging
▪ Prikkelen zenuwuiteinde (Bradykine BK)
▪ Perifere sensitatie (Prostagkanding PG)