College 1
Het Privaatrecht is het burgerlijk recht, dit zijn alle regels die gelden tussen de
burgers onderling. Het belangrijkste kenmerk is dat de overheid er niet in zit. Behalve
als de overheid als private partij handelt.
Het privaatrecht is onder te verdelen in het personenrecht en het vermogensrecht.
Het personenrecht is dan weer te verdelen in het personen en familierecht en het
rechtspersonenrecht.
Het vermogensrecht gaat over de rechten die personen kunnen hebben. De
verdeling van het vermogensrecht vindt plaats op grond van het Arrest HR
Blaauwboer/Berlips. Voor rechtsregel zie jurisprudentie. Het goederenrecht, gaat
over de rechten ten aanzien van een goed. Daarnaast heb je het
verbintenissenrecht, dit gaat over de rechten jegens een persoon.
Het vermogensrecht begint in boek 3. Dit boek begint met de uitleg van het begrip
goed. Het goed valt te onderverdelen in vermogensrechten en zaken. Zaken zijn
vatbare menselijke stoffen. Vermogensrechten zijn rechten die een persoon heeft
met een bepaalde waarde. Bronnen van verbintenissen zijn grofweg op te delen in
twee categorieën: Wet en overeenkomst. Bij wet bepaalt de wet wanneer een
overeenkomst tot stand komt. Bij overeenkomst bepalen de partijen wanneer een
overeenkomst tot stand komt. De kern van een overeenkomst is dat de partijen het
willen.
Het Burgerlijk heeft een gelaagde structuur. Deze structuur houdt in dat algemene
bepalingen, die in veel situaties van toepassing kunnen zijn, vóór in het wetboek te
vinden zijn en gevolgd worden door bepalingen die zich, naarmate men verder in het
wetboek komt, steeds meer op een bepaalde situatie toespitsen.