a. Leren reageren op nieuwe prikkels
b. Aanleren van nieuwe responses
c. Ongeconditioneerde reacties
2,Het geleidelijk aanleren van een nieuw gedragsrepertoire, zoals bij het temmen van dieren, wordt
genoemd:
a. Responsegeneralisatie
b. Shaping (stapje voor stapje iets nieuws leren)
c. Stimulusgeneralisatie
3,Welke van de volgende stromingen wil de mens vooral benaderen vanuit zijn mogelijkheden tot
groei?
a. Behaviorisme
b. Cognitieve psychologie
c. Humanistische psychologie , , mensen benaderen op een positieve manier.
4. Mensen staan vaak niet open voor informatie die afwijkt van wat zij denken en doen, omdat deze
informatie
a. Werkt als een sleutelprikkel
b. Mogelijk dissonantie oplevert
c. Perifeer wordt verwerkt
5.Het proces waarin de inkomende sensorische (zintuiglijke) patronen worden bewerkt en er
betekenis aan wordt gegeven, wordt genoemd:
a. Sensatie
b. Transductie
c. Perceptie
6.Volgens de gestaltpsychologische benadering van de waarneming:
a. Is het geheel afhankelijk van de perceptie van de onderdelen
b. Is het geheel meer dan de som der delen
c. Zien mensen in eerste instantie onderdelen, niet het geheel
7. Objecten die zich gezamenlijk voortbewegen worden in de waarneming samengevoegd. Dit
Gestaltprincipe wordt genoemd, de wet van……
a. Nabijheid ( we zijn geneigd om stimuli die dicht bij elkaar liggen te groeperen tot een
eenheid.)
b. Continuering ( onafgebroken en netjes afgewerkte figuren verkiezen boven
onsamenhangende figuren)
c. Gemeenschappelijk lot
8. Stel, iemand heeft veel belangstelling voor een onderwerp waarover voorgelicht wordt, maar erg
weinig kennis over het onderwerp. De meest waarschijnlijke manier van verwerken is dan:
a. De centrale route
b. De perifere route (de vuistregels)
c. Geen van beide routes