Hoofdstuk 1 De prenatale periode, conceptie-geboorte
De lichamelijke ontwikkeling in de prenatale periode bestaat uit drie trimesters. Het eerste trimester is
onderverdeeld in twee periodes. De eerste periode is de eerste twee weken, dit is de germinale fase
waarin de eicel bevrucht wordt en een cel zich deelt in een aantal biljoen cellen. De tweede periode
duurt zes weken en hierin ontwikkelen het centrale zenuwstelsel, de ogen, het hart, de oren, de
tanden, het gehemelte en de externe genitaliën. Vanaf de derde week begint het groeien van de
hersenen, net boven de wervelkolom ontstaat het achterbrein/hersenstam waarin de kleine hersenen
groeien en daarna ontstaan ook het middenbrein en het voorbrein.
In het tweede trimester, dat van de derde tot zevende maand loopt, is er al een foetus ontstaan, de
foetus gaat in dit trimester allerlei bewegingen maken. De foetus is halverwege de zwangerschap
ongeveer 25 cm. In het tweede trimester ontwikkelen de meeste reflexen, deze geven informatie over
het functioneren van het brein. Aan het einde van de vijfde maand zijn alle hersencellen die nodig zijn
na de geboorte ontwikkeld, neemt het bewegen af en ontwikkelen de zintuigen zich.
In het derde trimester, dat van de zevende maand tot de geboorte loopt, neemt eigenlijk alleen het
gewicht nog toe. Rond acht maanden weegt de foetus 2700 gram, is 45 cm lang en wegen de hersenen
400 gram.
In de prenatale periode heeft het kind acht reflexen:
Uterine withdrawal reflex. Terugtrekken bij knijpen in de tenen (vijfde/zevende week – 32e
week voor geboorte)
Mororeflex. Bij schrik armen en benen open spreiden en dan omhelzen (negende/twaalfde
week voor geboorte - twee/vier maanden na geboorte)
Babinskyreflex. Voeten proberen te grijpen bij het wrijven over de voetzool (geboorte –
een/twee jaar)
Palmar reflex/grijpreflex. Vingers sluiten bij aanraking handpalm (elfde week voor geboorte –
tweede/negende maand na geboorte)
Asymmetrische tonische nekreflex. Strekken van arm en been aan de kant waar het hoofd
naartoe buigt (achttiende week voor geboorte – derde/negende maand na geboorte)
Spinal galant reflex. Ruggenmergkanaal buigt tot 45 graden naar stimulatie buik of rug
(twintigste week voor geboorte – derde/negende maand na geboorte)
Rooting/sucking reflex. Wil zuigen op voorwerp dat de wang aanraakt (28e week voor geboorte
– derde/vierde maand na geboorte)
Tonische labyrinthine reflex forewards. Goed gaan liggen voor geboorte (bevalling –
derde/vierde maand na geboorte)
Snuffel/zoekreflex. Baby maakt ritmisch heen en weer zoekende bewegingen als het honger
heeft.
Loopreflex. Voeten worden voor elkaar gezet als iemand de baby vasthoudt en de grond laat
raken.
Zwemreflex. Baby maakt in het water zwembewegingen.
Bijtreflex. Ritmische beweging van de onderkaak om melk uit de tepel te drukken.