Samenvatting kennis
productontwikkeling
Spijsvertering
Fysiologie: biologische wetenschap die de levensverrichtingen (bv. De stofwisseling)
van organismen bestudeert
Processen in het maagdarmkanaal
Mechanische bewerking van voedsel
Voortbeweging
Vermenging met kliersappen
Absorptie van voedingsstoffen
Uitscheiding van onverteerbare resten
Afscheiding van hormonen: regulering
Overzicht van het spijsverteringskanaal
Onderdelen
1. Mondholte
2. Slokdarm
3. Maag
4. Twaalfvingerige darm
5. Dunne darm
6. Dikke darm
7. Endeldarm + anus
Functies onderdelen
1. Mondholte: verkleinen en start afbraak zetmeel
2. Slokdarm: transport
3. Maag: tijdelijke opslag maagsap, kneden voedsel, geleidelijke afgifte, productie
intrinsic factor (vit. B12)
4. Twaalfvingerige darm: pancreassap (uit pancreas) + gal (uit lever)
5. Dunne darm: eiwitsplitsing, koolhydratenvertering, opname voedingsstoffen
6. Dikke darm: waterresorptie
, 7. Endeldarm: tijdelijke opslag
Enzymen in het spijsverteringskanaal
Mond
Mondholtespeeksel (1500 ml/dag)
A-amylase -> afbraak zetmeel koolhydraat
a-amylase activiteit stopt in de maag
Maag
Maagsap (2500 ml/dag)
Pepsine -> eiwitsplitsing
Lipase -> vetvertering
Twaalfvingerige darm
Pancreassap (500-800 ml/dag)
Gal (uit lever, 15 ml/kg/dag)
Trypsine: eiwitvertering tot peptiden
Chymotrypsine: eiwitvertering tot peptiden
Carboxypeptidase: eiwitvertering tot aminozuren
A-amylase: koolhydraatvertering
Galzure zouten: emulgeren van vet
Lipase: vetvertering
Dunne darm
Darmsap (3000 ml/dag)
Peptidasen -> peptiden -> aminozuren
Disacharasen -> koolhydraatvertering
Dikke darm
Waterresorptie
Fermentatie voedingsvezels
Regulering productie van spijsverteringssapen
Speeksel: o.a. Geur
Factoren die voedselconsumptie beinvloeden
Sensory: geur, smaak, temperatuur, textuur, uiterlijk
Cognitive: attitude, verwachtingen
Postingestive: verzadigingssignalen
, Postabsorptive: nutrienten in bloed
Regulering voedselinname
Korte termijn (starten/stoppen met eten)
Ghreline: trek -> voedselinname omhoog (afgegeven door maagwand)
Cck (cholecystokinine): voedsel komt in maag/12-vingerige darm -> cck ->
voedselinname omlaag
Medium termijn: helpen om te stoppen met eten
Concentratie nutrienten in bloed
Lange termijn (algemene metabolische staat)
Belangrijk voor controle lichaamsgewicht en minder belangrijk voor inname van
een maaltijd
Leptine en insuline wordt afgegeven door vetweefsel, relatief aan hoeveel
vetweefsel je hebt. Meer leptine is minder eetlust.
Lichaamssamenstelling
Vet: 10-25% mannen, 15-35% vrouwen
Eiwit: 10-15%
Mineralen: 3-5%
Koolhydraten: 500 gr.
Gezond: 18,5 – 24,9 kg/m2
ondergewicht: <18,5 kg/m2
overgewicht: 25 – 30 kg/m2
obesitas: >30 kg/m2
samen met middelomtrek
mannen >102 cm
vrouwen >88 cm
Voedingspatronen
Omgeving:
Geografisch, klimatologisch, technologisch, politiek, economisch
Sociaal-cultureel:
Omgang, betekenis
productontwikkeling
Spijsvertering
Fysiologie: biologische wetenschap die de levensverrichtingen (bv. De stofwisseling)
van organismen bestudeert
Processen in het maagdarmkanaal
Mechanische bewerking van voedsel
Voortbeweging
Vermenging met kliersappen
Absorptie van voedingsstoffen
Uitscheiding van onverteerbare resten
Afscheiding van hormonen: regulering
Overzicht van het spijsverteringskanaal
Onderdelen
1. Mondholte
2. Slokdarm
3. Maag
4. Twaalfvingerige darm
5. Dunne darm
6. Dikke darm
7. Endeldarm + anus
Functies onderdelen
1. Mondholte: verkleinen en start afbraak zetmeel
2. Slokdarm: transport
3. Maag: tijdelijke opslag maagsap, kneden voedsel, geleidelijke afgifte, productie
intrinsic factor (vit. B12)
4. Twaalfvingerige darm: pancreassap (uit pancreas) + gal (uit lever)
5. Dunne darm: eiwitsplitsing, koolhydratenvertering, opname voedingsstoffen
6. Dikke darm: waterresorptie
, 7. Endeldarm: tijdelijke opslag
Enzymen in het spijsverteringskanaal
Mond
Mondholtespeeksel (1500 ml/dag)
A-amylase -> afbraak zetmeel koolhydraat
a-amylase activiteit stopt in de maag
Maag
Maagsap (2500 ml/dag)
Pepsine -> eiwitsplitsing
Lipase -> vetvertering
Twaalfvingerige darm
Pancreassap (500-800 ml/dag)
Gal (uit lever, 15 ml/kg/dag)
Trypsine: eiwitvertering tot peptiden
Chymotrypsine: eiwitvertering tot peptiden
Carboxypeptidase: eiwitvertering tot aminozuren
A-amylase: koolhydraatvertering
Galzure zouten: emulgeren van vet
Lipase: vetvertering
Dunne darm
Darmsap (3000 ml/dag)
Peptidasen -> peptiden -> aminozuren
Disacharasen -> koolhydraatvertering
Dikke darm
Waterresorptie
Fermentatie voedingsvezels
Regulering productie van spijsverteringssapen
Speeksel: o.a. Geur
Factoren die voedselconsumptie beinvloeden
Sensory: geur, smaak, temperatuur, textuur, uiterlijk
Cognitive: attitude, verwachtingen
Postingestive: verzadigingssignalen
, Postabsorptive: nutrienten in bloed
Regulering voedselinname
Korte termijn (starten/stoppen met eten)
Ghreline: trek -> voedselinname omhoog (afgegeven door maagwand)
Cck (cholecystokinine): voedsel komt in maag/12-vingerige darm -> cck ->
voedselinname omlaag
Medium termijn: helpen om te stoppen met eten
Concentratie nutrienten in bloed
Lange termijn (algemene metabolische staat)
Belangrijk voor controle lichaamsgewicht en minder belangrijk voor inname van
een maaltijd
Leptine en insuline wordt afgegeven door vetweefsel, relatief aan hoeveel
vetweefsel je hebt. Meer leptine is minder eetlust.
Lichaamssamenstelling
Vet: 10-25% mannen, 15-35% vrouwen
Eiwit: 10-15%
Mineralen: 3-5%
Koolhydraten: 500 gr.
Gezond: 18,5 – 24,9 kg/m2
ondergewicht: <18,5 kg/m2
overgewicht: 25 – 30 kg/m2
obesitas: >30 kg/m2
samen met middelomtrek
mannen >102 cm
vrouwen >88 cm
Voedingspatronen
Omgeving:
Geografisch, klimatologisch, technologisch, politiek, economisch
Sociaal-cultureel:
Omgang, betekenis