Optica 6
Correctie van sferische oogfouten
Vertepunt (R) Het punt waarnaar een oog kijkt als er niet wordt geaccommodeerd.
Bij een emmetroop oog ligt het vertepunt oneindig ver weg.
Nabijpunt (P) Het punt waarnaar een maximaal geaccommodeerd oog kijkt.
Accommodatietraject (A) Het gebied tussen het vertepunt en het nabijpunt.
𝑃 =𝑅−𝐴
Myopie
Myopie wordt ook wel een positieve oogfout genoemd.
Systeemmyopie Het oog heeft een te hoge sterkte ten opzichte van zijn lengte.
Asmyopie Het oog is te lang ten opzichte van zijn sterkte.
Bij myopie ligt het brandpunt van het oog voor het oog (f is dus negatief).
1
𝑓𝑜𝑜𝑔𝑓𝑜𝑢𝑡 =
−𝐹𝑜𝑜𝑔𝑓𝑜𝑢𝑡
Bij een myoop oog dat niet accommodeert ligt het vertepunt (R) in het brandpunt (F) van het oog.
De ligging van het nabijheidspunt is bij een myoop dichterbij dan bij een emmetroop bij gelijke
accommodatie. Toch is het traject tussen R en P kleiner dan die van een emmetroop persoon.
Hypermetropie
Hypermetropie wordt ook wel een negatieve oogfout genoemd.
Systeemhypermetropie Het oog heeft een te lage sterkte ten opzichte van zijn lengte.
Ashypermetropie Het oog is te kort ten opzichte van zijn sterkte.
Bij hypermetropie ligt het brandpunt van het oog achter het oog (f is dus positief).
Het brandpunt van het oog is het vertepunt bij een hypermetroop, omdat deze achter het oog ligt, is dit
een virtueel punt. Een hypermetroop kan alleen dankzij zijn accommodatievermogen veraf scherp zien.
De liggen van het nabijheidspunt is verder weg dan bij een emmetroop, dit komt omdat het
hypermetrope oog moet accommoderen om in de verte scherp te zien.
Topsterkte
Een correctie is juist als het tweede brandpunt (F’) van de correctie precies samenvalt met het vertepunt
(R).
1