Leerdoelen FS
COPD/week 1:
Onderdelen upper respiratoir systeem
1. Neus = pharynx
2. Mond
3. Keelholte (slokdarmhoofd) = dharynx
4. Strottenhoofd = larynx (strotklepje = epiglottis)
Onderdelen lower respiratoir systeem
1. Luchtpijp = trachea
2. Bronchiën -> terminale – respiratoire bronchiolen
3. Longblaasjes = alveoli -> alleen hier vind diffusie plaats!
Functies (geld voor beide systemen)
Verwarming
Filtering
Bevochtiging
Termen voor de werking van de longen
› Ventilatie -> de hoeveelheid verse lucht in de longen kunnen
› Diffusie -> transport CO2/O2 tussen de longen en het bloed (uitwisseling van gassen)
› Perfusie -> doorbloeding van een bepaalde structuur in het lichaam (=de longen)
› Transport -> hoe gaat het transport van O2 en CO2 in het bloed
Ventilatie-Perfusie Verhouding
Bij inspanning optimaliseert de doorbloeding en ventilatie.
De aveoli in de top van de longen hebben een goede
ventilatie, maar minder perfusie. De aveoli in de bodem
van de longen hebben een goede diffusie, maar minder
ventilatie.
-> bij inspanning word de bovenste ruimte beter
doorbloed en vind er in de onderste ruimte meer
ventilatie plaats.
Anatomische dode ruimte – ADR
-> plaats waar alleen transport van gassen plaats vind
(ventilatie) en geen diffusie
Fysiologische dode ruimte
-> ADR + aveoli die niet meedoen met de diffusie
COPD/week 1:
Onderdelen upper respiratoir systeem
1. Neus = pharynx
2. Mond
3. Keelholte (slokdarmhoofd) = dharynx
4. Strottenhoofd = larynx (strotklepje = epiglottis)
Onderdelen lower respiratoir systeem
1. Luchtpijp = trachea
2. Bronchiën -> terminale – respiratoire bronchiolen
3. Longblaasjes = alveoli -> alleen hier vind diffusie plaats!
Functies (geld voor beide systemen)
Verwarming
Filtering
Bevochtiging
Termen voor de werking van de longen
› Ventilatie -> de hoeveelheid verse lucht in de longen kunnen
› Diffusie -> transport CO2/O2 tussen de longen en het bloed (uitwisseling van gassen)
› Perfusie -> doorbloeding van een bepaalde structuur in het lichaam (=de longen)
› Transport -> hoe gaat het transport van O2 en CO2 in het bloed
Ventilatie-Perfusie Verhouding
Bij inspanning optimaliseert de doorbloeding en ventilatie.
De aveoli in de top van de longen hebben een goede
ventilatie, maar minder perfusie. De aveoli in de bodem
van de longen hebben een goede diffusie, maar minder
ventilatie.
-> bij inspanning word de bovenste ruimte beter
doorbloed en vind er in de onderste ruimte meer
ventilatie plaats.
Anatomische dode ruimte – ADR
-> plaats waar alleen transport van gassen plaats vind
(ventilatie) en geen diffusie
Fysiologische dode ruimte
-> ADR + aveoli die niet meedoen met de diffusie