RJ 275 – IFRS 2 – Op aandelen gebaseerde betalingen
Het uitgangspunt van de regelgeving met betrekking tot de verwerking van op aandelen gebaseerde
betalingen is dat voor elke transactie waarbij de rechtspersoon goederen of diensten ontvangt tegen
een vergoeding in eigen-vermogensinstrumenten (veelal aandelen of aandelenopties) of een
vergoeding die is gebaseerd op de waarde hiervan, kosten worden verwerkt. Dit is ook het geval als
deze vergoeding niet leidt tot een daadwerkelijke geldbetaling.
Wanneer betaling in aandelen plaatsvindt door middel van uitgifte van nieuwe aandelen is er sprake
van verwatering. Bestaande aandeelhouders zien hierdoor hun relatieve belang in de onderneming
verminderen. In totaal zijn er na de uitgifte dan meer geplaatste aandelen in de onderneming,
waardoor procentueel gezien het belang van de bestaande aandeelhouders in het geheel kleiner
wordt. Dit leidt tot een lager winstaandeel en kan leiden tot minder zeggenschap.
De regelgeving formuleert dit als volgt: De rechtspersoon verwerkt de ontvangen goederen of diensten
uit een op aandelen gebaseerde betaling op het moment dat hij de goederen verkrijgt of naarmate de
diensten worden verleend. De ontvangen goederen of diensten uit een op aandelen gebaseerde
betaling worden verwerkt als last in de winst-en-verliesrekening, tenzij zij als actief worden verwerkt.
Verwerking
De verwerking van op aandelen gebaseerde betalingen vindt plaats op of vanaf de datum van
toekenning dan wel op het moment van ontvangst van de goederen of diensten. Op deze datum wordt
een inschatting gemaakt van het aantal naar verwachting uit te geven aandelen of opties (q-
component) en de reële waarde van een aandeel of optie (p-component).
De reële waarde van een optie of vergelijkbare op aandelen gebaseerde betaling is afhankelijk van de
voorwaarden van de optie (periode tot uitoefening, de volatiliteit van het aandeel en de uitoefenprijs).
Voorwaarden die verband houden met de vraag of de rechtspersoon de diensten verkrijgt die de
tegenpartij recht geven op de geldmiddelen, andere activa of eigen-vermogensinstrumenten als
onderdeel van een op aandelen gebaseerde betaling worden wel aangeduid met ‘vesting condities’.
De Richtlijnen onderkennen twee soorten vesting condities:
Prijs gerelateerd: een voorwaarde die gerelateerd is aan de prijs of waarde van een eigen-
vermogensinstrument van de rechtspersoon;
Prestatie gerelateerd: een voorwaarde die niet kwalificeert als een prijs gerelateerde
voorwaarde.
IFRS 2 daarentegen onderkent drie soorten vesting condities:
Dienst gerelateerd: de tegenpartij moet een dienst leveren gedurende een bepaalde periode;
Prestatie gerelateerd: in aanvulling op de dienst gerelateerde voorwaarde moet ook een
bepaald prestatieniveau worden bereikt gerelateerd aan:
o de activiteiten van de rechtspersoon of van een andere entiteit in dezelfde groep; of
o de prijs of waarde van een eigen-vermogensinstrument van de rechtspersoon of van
een andere entiteit in dezelfde groep;
Prijs gerelateerd: een prestatie gerelateerde voorwaarde waarbij het prestatieniveau
gerelateerd is aan de prijs of waarde van een eigen-vermogensinstrument van de
rechtspersoon of van een andere entiteit in dezelfde groep.
, Prestatie gerelateerde vesting condities zijn dus dienst gerelateerde vesting condities met een extra
voorwaarde. Prijs gerelateerde vesting condities zijn een specifiek soort prestatie gerelateerde vesting
conditions en bevatten dus ook altijd een dienst gerelateerde voorwaarde.
De verschillen in definities van ‘vesting conditions’ tussen de Richtlijnen en IFRS 2 zullen weinig effect
hebben, omdat onder de Richtlijnen bij prestatie gerelateerde voorwaarden bijna altijd sprake zal zijn
van een bepaalde periode waarin de dienst geleverd moet worden. Daarnaast houdt de rechtspersoon
onder IFRS 2 bij het inschatten van de reële waarde van de op aandelen gebaseerde betalingen
rekening met de prijs gerelateerde voorwaarden en non-vesting condities. Onder de Richtlijnen
behoeft alleen rekening te worden gehouden met prijs gerelateerde voorwaarden, omdat er geen
specifieke bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot non-vesting condities.
Vesting contities worden opgenomen in de q-component behalve als er sprake is van prijs
gerelateerde voorwaarden. De q-component wordt op elk rapporteringsmoment herzien met een
cumulatieve herrekening.
Indien geen dienst gerelateerde of prestatie gerelateerde voorwaarden zijn overeengekomen, neemt
de rechtspersoon aan dat de diensten als vergoeding voor de op aandelen gebaseerde betaling reeds
zijn verricht. De rechtspersoon verwerkt deze diensten volledig op de waarderingsdatum met een
overeenkomstige tegenboeking in het eigen vermogen of als verplichting, afhankelijk van de wijze van
afwikkeling.
Indien wel een periode is afgesproken waarin de diensten moeten worden geleverd, wordt de waarde
van de op aandelen gebaseerde betaling lineair toegerekend aan de periodes waarin de diensten
worden verricht, de ‘vesting period’.