E-college 1: circulatie
Functies bloed
1. Transport van verschillende stoffen: zuurstof,
kooldioxide, voedingsstoffen, toxinen,
afvalproducten, ureum, hormonen en
elektrolytenbalans.
2. Het regelen van lichaamstemperatuur.
3. De bescherming van het immuunsysteem.
4. Het handhaven van bloedstolling.
Nodig voor bloedstolling
1. Trombocyten (bloedplaatjes)
2. Stollingsfactoren, eiwitten die gemaakt zijn in de lever.
3. Vitamine K, uit de lever voor aanmaken van fibrinogeen eiwit.
Stolling: is de vloeistof die overblijft als je bloedplasma laat stollen en het stolsel verwijderd
Proces bloedstolling
1. Trombocyten stuk komt tromboplastinogeen vrij in de bloedplasma.
2. Tromboplastinogeen, onder invloed van plasma factoren wordt omgezet in tromboplastine.
3. In de plasmatrombine, onder invloed van tromboplastine wordt omgezet in trombine.
4. In de plasma fibrinogeen, onder invloed van trombine wordt omgezet in fibrine
5. Fibrine netwerk van draden stolsel
6. Korst
+
Rhesusimmunisatie (Rh )
- +
Wanneer een dame met bloedgroep A zwanger raakt van een baby met bloedgroep A is er niets aan de
hand, want het bloed blijft gescheiden. Tijdens de nageboorte kunnen er wonden in de buik en
+
baarmoeder ontstaan waardoor toch wat A bloed bij de moeder komt. Haar afweersysteem reageert
+
hierop door antistoffen te maken. Zodra de dame opnieuw zwanger raakt van een baby met A bloed kan
dit een probleem leveren. Om deze antistoffen te vernietigen moet de moeder een rhesusprik krijgen.
AV kleppen
1. Tricuspidaalklep
2. Biscuspidaalklep of mitralisklep
Dit zijn kleppen tussen atria en ventrikels.
Slagader kleppen
1. Truncus pulmonalis
2. Aortaklep
Chordae tendineae: zijn vezels die vast zitten aan papillaire spieren die
de A-V klep tegen houden zodat ze niet open gaat tijdens het
samentrekken van de kamer
Kransslagader: achter de aorta bevinden twee ingangen naar deze
slagaders. Wanneer de aortaklep opent gaan de kransslagaders dicht.
Anders komt er teveel bloed nar binnen.
, Gespierdere linker ventrikel: Het bloed uit de rechter
ventrikel heeft een korte weg in vergelijking met de
linker ventrikel. Ook is de aorta nauwer dan de
truncuspulmonalis, waardoor er meer druk nodig is om
bloed in de aorta te krijgen.
Bekleding van de hartwand
Van binnen naar buiten: Endocard (glad, één laag) →
Myocard (dikke spierlaag).
Prikkelvorming systeem
- Sinus knoop 70 imp/min : cellen die puls opwekken, pacemaker cellen
- AV knoop 50 imp/min : cellen die geleiden
- Myocard 40 imp/min : cellen die kunnen samentrekken
Goede circulatie door
- Eenrichtingsverkeer
- Stroming door drukverschil
- Actieve drukopbouw
- Aanpassen aan fysiologische condities: activiteit, bloedvolume,
samenstelling
Juiste pompfunctie als
- Myocard onbeschadigd
- Goed functionerende kleppen
- Gave coronairaterien
- Goede regelmatige prikkelvorming
- Onbelemmerde prikkelgeleiding
Hartcapiciteit (HMV) of cardiac output (CO): het vermogen van de linkerventrikel om per tijdseenheid een
bepaalde hoeveelheid bloed weg te pompen.
Bloeddruk (RR Riva Rocci): de druk van het
bloed die uitgeoefend wordt op de wand van
een bloedvat.
Diastolische druk: bloed stroomt terug naar het
hart. Laagste druk 80 mmHg.
Systolische druk: bloed wordt in de slagader
geperst. Hoogste druk 120 mmHg.
E-college 2: beweging
Algemene functies skelet
1. Beweging mogelijk maken
2. Opslagplaats voor calcium
3. Zorg voor steun en bescherming organen bv
borstkas
4. Corming van bloedcellen en bloedplaatjes
Functies bloed
1. Transport van verschillende stoffen: zuurstof,
kooldioxide, voedingsstoffen, toxinen,
afvalproducten, ureum, hormonen en
elektrolytenbalans.
2. Het regelen van lichaamstemperatuur.
3. De bescherming van het immuunsysteem.
4. Het handhaven van bloedstolling.
Nodig voor bloedstolling
1. Trombocyten (bloedplaatjes)
2. Stollingsfactoren, eiwitten die gemaakt zijn in de lever.
3. Vitamine K, uit de lever voor aanmaken van fibrinogeen eiwit.
Stolling: is de vloeistof die overblijft als je bloedplasma laat stollen en het stolsel verwijderd
Proces bloedstolling
1. Trombocyten stuk komt tromboplastinogeen vrij in de bloedplasma.
2. Tromboplastinogeen, onder invloed van plasma factoren wordt omgezet in tromboplastine.
3. In de plasmatrombine, onder invloed van tromboplastine wordt omgezet in trombine.
4. In de plasma fibrinogeen, onder invloed van trombine wordt omgezet in fibrine
5. Fibrine netwerk van draden stolsel
6. Korst
+
Rhesusimmunisatie (Rh )
- +
Wanneer een dame met bloedgroep A zwanger raakt van een baby met bloedgroep A is er niets aan de
hand, want het bloed blijft gescheiden. Tijdens de nageboorte kunnen er wonden in de buik en
+
baarmoeder ontstaan waardoor toch wat A bloed bij de moeder komt. Haar afweersysteem reageert
+
hierop door antistoffen te maken. Zodra de dame opnieuw zwanger raakt van een baby met A bloed kan
dit een probleem leveren. Om deze antistoffen te vernietigen moet de moeder een rhesusprik krijgen.
AV kleppen
1. Tricuspidaalklep
2. Biscuspidaalklep of mitralisklep
Dit zijn kleppen tussen atria en ventrikels.
Slagader kleppen
1. Truncus pulmonalis
2. Aortaklep
Chordae tendineae: zijn vezels die vast zitten aan papillaire spieren die
de A-V klep tegen houden zodat ze niet open gaat tijdens het
samentrekken van de kamer
Kransslagader: achter de aorta bevinden twee ingangen naar deze
slagaders. Wanneer de aortaklep opent gaan de kransslagaders dicht.
Anders komt er teveel bloed nar binnen.
, Gespierdere linker ventrikel: Het bloed uit de rechter
ventrikel heeft een korte weg in vergelijking met de
linker ventrikel. Ook is de aorta nauwer dan de
truncuspulmonalis, waardoor er meer druk nodig is om
bloed in de aorta te krijgen.
Bekleding van de hartwand
Van binnen naar buiten: Endocard (glad, één laag) →
Myocard (dikke spierlaag).
Prikkelvorming systeem
- Sinus knoop 70 imp/min : cellen die puls opwekken, pacemaker cellen
- AV knoop 50 imp/min : cellen die geleiden
- Myocard 40 imp/min : cellen die kunnen samentrekken
Goede circulatie door
- Eenrichtingsverkeer
- Stroming door drukverschil
- Actieve drukopbouw
- Aanpassen aan fysiologische condities: activiteit, bloedvolume,
samenstelling
Juiste pompfunctie als
- Myocard onbeschadigd
- Goed functionerende kleppen
- Gave coronairaterien
- Goede regelmatige prikkelvorming
- Onbelemmerde prikkelgeleiding
Hartcapiciteit (HMV) of cardiac output (CO): het vermogen van de linkerventrikel om per tijdseenheid een
bepaalde hoeveelheid bloed weg te pompen.
Bloeddruk (RR Riva Rocci): de druk van het
bloed die uitgeoefend wordt op de wand van
een bloedvat.
Diastolische druk: bloed stroomt terug naar het
hart. Laagste druk 80 mmHg.
Systolische druk: bloed wordt in de slagader
geperst. Hoogste druk 120 mmHg.
E-college 2: beweging
Algemene functies skelet
1. Beweging mogelijk maken
2. Opslagplaats voor calcium
3. Zorg voor steun en bescherming organen bv
borstkas
4. Corming van bloedcellen en bloedplaatjes