Mechanische afweer is afweer bv op de oppervlakte vn een plant, bijvoorbeeld stekels.
Chemische afweer is afweer door middel van stoffen, die bij de dieren die een plant eten
irritatie veroorzaken.
Plantencellen herkennen de schadelijke schimmels en bacteriën via receptoren op de
celmembraan → maatregelen: huidmondjes dichtsluiten waardoor de bacteriën niet
binnenkomen, het maken van H2O2 waardoor de celwand verdikt en meer bescherming
biedt. Beschadigde cel? → er komt NO vrij, het is dodelijk voor ziekteverwekkers maar ook
voor de cel zelf → meteen een stof wordt aangemaakt die het onschadelijk maakt in de cel.
Vraat? → bijna alle stoffen scheiden af → een geur als een soort signaal voor de rest van e
bladeren. Dit soort alarmstoffen roepen de vijanden van de vijanden van een plant.
12.2
Bacteriën zijn eencellige organismen, hebben geen celkern: Hun DNA ligt in het
grondplasma. Er zijn nuttige en schadelijke bacteriën. Bacteriën zijn ingedeeld op
- Leefomgeving (aeroob of anaeroob)
- Voedselherkomst (heterotroof of autotroof)
- Celvorm (bolletjes of staafjes)
- Celwandverschillen
Bacteriën zoals de cholerabacteire en blauwalgen hebben geen celkern: DNA ligt los in de
cel. De darm reageert op hun gifstoffen door water af te scheiden. Dit leidt tot diarree.
Giardia lamblia is een eencellige parasiet die in grote aantallen aan de darmwand vasthecht.
Bij een infectie door deze darmparasiet is diarree het belangrijkste symptoom.
Dekweefsels(BT80B) vormen een fysische barrière
voor de ziekteverwekkers en gevaarlijke stoffen. Deze
weefsels bestaan uit nauw aaneensluitende cellen →
grote moleculen en ziekteverwekkers kunnen er niet
door. Bv opperhuid.
De dode cellen van de hoornlaag houden gevaarlijke
stoffen en ziekteverwekkers buiten het lichaam. Door
slijtage verdwijnen cellen van de hoornlaag, cellen van
de kiemlaag vullen ze weer aan.
Bescherming tegen uv straling:
- een extra productie van pigment door de
melanocyten: pigmentvormende cellen in de kiemlaag. Dat pigment hoopt zich op om
de kern van naburige celllen in de kiemlaag en beschermt DNA. Als dat niet gebeurt
→ beschadiging DNA → huidkanker
- Verdikking van de opperhuid.