Rechtsfilosofie B
Hoorcollege 11: Politieke representatie en het democratisch tekort
Overzicht
1. Samenvatting week 10
2. Probleemstelling
3. Een radicaal democratisch tekort
4. Afgeleid (institutioneel) tekort en nieuwe vormen van politieke representatie.
De echte uitdaging waarvoor Europa staat, is het ontwikkelen van nieuwe vormen van politieke
representatie die recht doen aan de specificiteit en het zogenaamde sui generis karakter van
de gemeenschap. We zijn in Europa eigenlijk gedwongen om de democratie opnieuw uit te
vinden. Dat is een lastige zaak.
1. Samenvatting week 10
Twee weken geleden probeerde Lindahl aan te tonen dat het verschil tussen de preambule
van de Amerikaanse Constitutie (‘’we the people’’) en de preambule van het Verdrag van Rome
(‘’een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa) minder is essentieel dan dat je
in eerste instantie zou denken. Het BVerfG verdedigde de stelling dat er een wezenlijk verschil
is tussen ‘’we the people’’ en ‘’wij de volkeren van Europa’’. Afgelopen week hebben we gezien
dat de structuur van de EU als een politieke gemeenschap wezenlijk anders is dan de structuur
van een bondstaat. Hoe verhouden zich de EU en de lidstaten ten opzichte van elkaar? Deze
verhouding tussen de EU en de lidstaten bevat een theoretische kant en een praktische kant.
Theoretisch probleem: bron van gelding van rechtsordes. Waarom zouden we eigenlijk moeten
gehoorzamen aan Europees recht? Op grond waarvan krijgt het Europees recht zijn bindend
karakter? Vanuit het standpunt van de EU (en dat is vooral het Hof van Justitie) heeft de EU
een eigen bron van gelding. Dit is niet het geval vanuit het standpunt van de lidstaten.
Praktisch probleem: constitutionele conflicten tussen de EU en de lidstaten
Twee interne perspectieven:
Europese rechtsorde is niet afgeleid van nationale rechtsordes: eigen bron van gelding,
volgens het Hof van Justitie (Costa vs. ENEL)
Nationale rechtsordes zijn niet afgeleid van het Europees recht: eigen bron van gelding,
volgens nationale rechters (lidstaten en geen deelstaten)
Europees recht heeft een nationale bron van gelding (de lidstaten hebben ingestemd
door middel van een verdrag met het oprichten van een Europese Unie en dat maakt
dat het EU-recht bindend is in het kader van nationaal recht), vanuit het perspectief
van nationale rechters, of in ieder geval alleen geldig in de nationale rechtsordes zolang
het de nationale constituties niet aantast
Dit brengt ons in een situatie van constitutional pluralism (term bedacht door Neil MacCormick).
Je hebt niet één opperste grondwet. Je hebt twee verschillende grondwetten (van de EU en
ieder van de lidstaten) die een eigen bron van gelding hebben.
Grogan-arrest, kernoverweging Phelan:
‘National constitutional law is at a breaking point. There is going to be either a revolution in law
where consistent legitimation becomes impossible or a revolt of national constitutional
authorities, the focal case being courts, to avoid a revolution’.
Met andere woorden: als een Ierse rechter toestaat dat abortus plaatsvindt in Ierland of als de
Ierse regelgeving over abortus anderszins terzijde wordt geschoven, dan komt dit neer op een
Hoorcollege 11: Politieke representatie en het democratisch tekort
Overzicht
1. Samenvatting week 10
2. Probleemstelling
3. Een radicaal democratisch tekort
4. Afgeleid (institutioneel) tekort en nieuwe vormen van politieke representatie.
De echte uitdaging waarvoor Europa staat, is het ontwikkelen van nieuwe vormen van politieke
representatie die recht doen aan de specificiteit en het zogenaamde sui generis karakter van
de gemeenschap. We zijn in Europa eigenlijk gedwongen om de democratie opnieuw uit te
vinden. Dat is een lastige zaak.
1. Samenvatting week 10
Twee weken geleden probeerde Lindahl aan te tonen dat het verschil tussen de preambule
van de Amerikaanse Constitutie (‘’we the people’’) en de preambule van het Verdrag van Rome
(‘’een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa) minder is essentieel dan dat je
in eerste instantie zou denken. Het BVerfG verdedigde de stelling dat er een wezenlijk verschil
is tussen ‘’we the people’’ en ‘’wij de volkeren van Europa’’. Afgelopen week hebben we gezien
dat de structuur van de EU als een politieke gemeenschap wezenlijk anders is dan de structuur
van een bondstaat. Hoe verhouden zich de EU en de lidstaten ten opzichte van elkaar? Deze
verhouding tussen de EU en de lidstaten bevat een theoretische kant en een praktische kant.
Theoretisch probleem: bron van gelding van rechtsordes. Waarom zouden we eigenlijk moeten
gehoorzamen aan Europees recht? Op grond waarvan krijgt het Europees recht zijn bindend
karakter? Vanuit het standpunt van de EU (en dat is vooral het Hof van Justitie) heeft de EU
een eigen bron van gelding. Dit is niet het geval vanuit het standpunt van de lidstaten.
Praktisch probleem: constitutionele conflicten tussen de EU en de lidstaten
Twee interne perspectieven:
Europese rechtsorde is niet afgeleid van nationale rechtsordes: eigen bron van gelding,
volgens het Hof van Justitie (Costa vs. ENEL)
Nationale rechtsordes zijn niet afgeleid van het Europees recht: eigen bron van gelding,
volgens nationale rechters (lidstaten en geen deelstaten)
Europees recht heeft een nationale bron van gelding (de lidstaten hebben ingestemd
door middel van een verdrag met het oprichten van een Europese Unie en dat maakt
dat het EU-recht bindend is in het kader van nationaal recht), vanuit het perspectief
van nationale rechters, of in ieder geval alleen geldig in de nationale rechtsordes zolang
het de nationale constituties niet aantast
Dit brengt ons in een situatie van constitutional pluralism (term bedacht door Neil MacCormick).
Je hebt niet één opperste grondwet. Je hebt twee verschillende grondwetten (van de EU en
ieder van de lidstaten) die een eigen bron van gelding hebben.
Grogan-arrest, kernoverweging Phelan:
‘National constitutional law is at a breaking point. There is going to be either a revolution in law
where consistent legitimation becomes impossible or a revolt of national constitutional
authorities, the focal case being courts, to avoid a revolution’.
Met andere woorden: als een Ierse rechter toestaat dat abortus plaatsvindt in Ierland of als de
Ierse regelgeving over abortus anderszins terzijde wordt geschoven, dan komt dit neer op een