College 1
Leerdoelen:
- Belangrijkste onderdelen en aspecten van het strategisch planningsproces benoemen en
beschrijven
- Aangeven wat qua interne afstemming de meest essentiële onderwerpen zijn
- Voor een organisatie het marketingbeleid vormgeven
- Belangrijkste financiële overzichten opstellen en interpreteren
- Verantwoording afleggen over het gevoerde financiële beleid
- Rondom een bedrijfsomgeving het communicatiebeleid vormgeven
- Relevante bedrijfskundige theorie vertalen naar de context (van een sportmerk)
__________________________________________________________________________________
Strategie – een lange termijn plan inzake de functie van de onderneming in onze samenleving,
waarin het management aangeeft welke doelstellingen ze heeft en met welke middelen en langs
welke wegen ze die doelstellingen wil bereiken
Externe oriëntatie en lange termijn oriëntatie
Strategie is kiezen wat je wel moet doen, en kiezen wat je juist niet moet doen
Hoofdvragen:
- waar? (omgeving, externe afstemming)
- hoe? (organisatie, interne afstemming)
Strategische niveaus binnen een organisatie:
- Corporate / concern strategie
- Bedrijfsstrategie (SBU / divisie)
- Functionele strategie (afdeling / functionele deelgebieden / bedrijfsfunctie)
Strategie is een VAK
- Visie missie, doelstellingen
- Analyse extern, intern, SWOT
- Keuze spreiding, positionering
3 strategische richtingen:
1. Positioneringsstrategie – verkrijgen van concurrentievoordeel: ‘hoe kom ik tot een betere positie
op de markt dan mijn concurrenten?’
2. Spreidingsstrategie – ‘waar gaan we concurreren? (op welke product/marktcombinaties zijn we
actief?)
3. Uitvoeringsstrategie – ‘hoe moeten positioneringsstrategie of spreidingsstrategie ingevoerd /
geïmplementeerd worden in de organisatie?’
Visie – wat willen we in de toekomst bereiken? Waar gaan we voor? Wat is onze droom? Wat is onze
bestaansfilosofie / -recht? Waar willen we zijn over 10 jaar? Welke ambities hebben wij?
Missie – wat doen we nu? Waar staan we voor? Wat is onze business? Wat onderscheid ons van
andere aanbieders? In welke behoeften willen wij voorzien?
Spreiding – waar gaan we concurreren?
Positionering – hoe gaan we concurreren? (kostenleiderschap, differentiatie, focus). Welke waarden
Leerdoelen:
- Belangrijkste onderdelen en aspecten van het strategisch planningsproces benoemen en
beschrijven
- Aangeven wat qua interne afstemming de meest essentiële onderwerpen zijn
- Voor een organisatie het marketingbeleid vormgeven
- Belangrijkste financiële overzichten opstellen en interpreteren
- Verantwoording afleggen over het gevoerde financiële beleid
- Rondom een bedrijfsomgeving het communicatiebeleid vormgeven
- Relevante bedrijfskundige theorie vertalen naar de context (van een sportmerk)
__________________________________________________________________________________
Strategie – een lange termijn plan inzake de functie van de onderneming in onze samenleving,
waarin het management aangeeft welke doelstellingen ze heeft en met welke middelen en langs
welke wegen ze die doelstellingen wil bereiken
Externe oriëntatie en lange termijn oriëntatie
Strategie is kiezen wat je wel moet doen, en kiezen wat je juist niet moet doen
Hoofdvragen:
- waar? (omgeving, externe afstemming)
- hoe? (organisatie, interne afstemming)
Strategische niveaus binnen een organisatie:
- Corporate / concern strategie
- Bedrijfsstrategie (SBU / divisie)
- Functionele strategie (afdeling / functionele deelgebieden / bedrijfsfunctie)
Strategie is een VAK
- Visie missie, doelstellingen
- Analyse extern, intern, SWOT
- Keuze spreiding, positionering
3 strategische richtingen:
1. Positioneringsstrategie – verkrijgen van concurrentievoordeel: ‘hoe kom ik tot een betere positie
op de markt dan mijn concurrenten?’
2. Spreidingsstrategie – ‘waar gaan we concurreren? (op welke product/marktcombinaties zijn we
actief?)
3. Uitvoeringsstrategie – ‘hoe moeten positioneringsstrategie of spreidingsstrategie ingevoerd /
geïmplementeerd worden in de organisatie?’
Visie – wat willen we in de toekomst bereiken? Waar gaan we voor? Wat is onze droom? Wat is onze
bestaansfilosofie / -recht? Waar willen we zijn over 10 jaar? Welke ambities hebben wij?
Missie – wat doen we nu? Waar staan we voor? Wat is onze business? Wat onderscheid ons van
andere aanbieders? In welke behoeften willen wij voorzien?
Spreiding – waar gaan we concurreren?
Positionering – hoe gaan we concurreren? (kostenleiderschap, differentiatie, focus). Welke waarden