Probleem 6
Santerini definieert interculturele competenties in termen van kennis, begrip en vaardigheden.
- Kennis: belangrijkste multiculturele issues en concepten: taal, psychologie
- Begrip: culturele sensitiviteit (empathie, flexibiliteit, accepteren verschillen) en
zelfreflectie (erkennen eigen vooroordelen).
- Vaardigheden:
o Relationele vaardigheden: communiceren, omgaan emotionele conflicten
o Methodologische tools in huis hebben die een intercultureel perspectief
toevoegen
Docenten die lesgeven in grote steden zouden in ieder geval expertise moeten hebben op de 5
thema’s (literatuurstudie Severiens, Van Herpen & Wolff, 010):
1. Taal
Kinderen maken gebruik van clever guessing: ze hebben dan het idee dat ze het wel
begrijpen, terwijl ze niet alle woorden begrijpen.
Frames die in de klas gelden:
1. cultuur frame: achtergrondkennis die wordt verondersteld in de klas
2. discursief frame: verschillen tussen academische en dagelijkse gebruik van taal
3. onderwijs frame: regels van interactie in de klas en de specifieke regels die gelden in
lessen in specifieke vakken.
bij activiteiten kunnen communicatieproblemen ontstaan omdat het frame van de docent
en frame leerlingen niet met elkaar stoten.
Taalgericht onderwijs: kijken of er begrip is, termen uitleggen.
2. Didactiek
Creëren betekenisvolle leersituaties en koppeling van leerinhouden. Leerlingen stimuleren
en uitdagen
Marzano omschrijft 11 factoren die een positieve invloed hebben op de leerprestaties. Gaat
om factoren op leraarniveau, leerling-niveau en schoolniveau.
Leraarniveau:
- Didactische aanpak: gebruik van onderwijstechnieken waarvan op basis van onderzoek
de effectiviteit is bewezen.
- Klassenmanagement: gebruik van een leraar van manieren om het leergedrag van
zijn/haar leerlingen positief te beïnvloeden.
- Herontwerpen van het programma: tempo en niveau van de lesinhoud aanpassen aan
het werkelijke niveau van de leerlingen. (adaptief onderwijs)
Gay (2010) : elke klas moet 4 principes op andere manier uitwerken, in hun context
toepassen.
Omgaan met verschillen in een klas vanuit perspectief van een grote stad.
1. Ideeën over diversiteit bepalen hoe iemand lesgeeft
2. Bij opleiden leraren op gebied van diversiteit is het van belang daar op verschillende
manieren en vanuit verschillende perspectieven aandacht aan te besteden.
3. Het is van belang om verschillende type instructie strategieën te gebruiken (varieer en
differentieer).
4. Nieuwe kennis is eenvoudiger te werven als het voortbouwt op bestaande kennis.
(pedagogy of repertoire extension) (correct and replace: negatief, alleen straffen)
Santerini definieert interculturele competenties in termen van kennis, begrip en vaardigheden.
- Kennis: belangrijkste multiculturele issues en concepten: taal, psychologie
- Begrip: culturele sensitiviteit (empathie, flexibiliteit, accepteren verschillen) en
zelfreflectie (erkennen eigen vooroordelen).
- Vaardigheden:
o Relationele vaardigheden: communiceren, omgaan emotionele conflicten
o Methodologische tools in huis hebben die een intercultureel perspectief
toevoegen
Docenten die lesgeven in grote steden zouden in ieder geval expertise moeten hebben op de 5
thema’s (literatuurstudie Severiens, Van Herpen & Wolff, 010):
1. Taal
Kinderen maken gebruik van clever guessing: ze hebben dan het idee dat ze het wel
begrijpen, terwijl ze niet alle woorden begrijpen.
Frames die in de klas gelden:
1. cultuur frame: achtergrondkennis die wordt verondersteld in de klas
2. discursief frame: verschillen tussen academische en dagelijkse gebruik van taal
3. onderwijs frame: regels van interactie in de klas en de specifieke regels die gelden in
lessen in specifieke vakken.
bij activiteiten kunnen communicatieproblemen ontstaan omdat het frame van de docent
en frame leerlingen niet met elkaar stoten.
Taalgericht onderwijs: kijken of er begrip is, termen uitleggen.
2. Didactiek
Creëren betekenisvolle leersituaties en koppeling van leerinhouden. Leerlingen stimuleren
en uitdagen
Marzano omschrijft 11 factoren die een positieve invloed hebben op de leerprestaties. Gaat
om factoren op leraarniveau, leerling-niveau en schoolniveau.
Leraarniveau:
- Didactische aanpak: gebruik van onderwijstechnieken waarvan op basis van onderzoek
de effectiviteit is bewezen.
- Klassenmanagement: gebruik van een leraar van manieren om het leergedrag van
zijn/haar leerlingen positief te beïnvloeden.
- Herontwerpen van het programma: tempo en niveau van de lesinhoud aanpassen aan
het werkelijke niveau van de leerlingen. (adaptief onderwijs)
Gay (2010) : elke klas moet 4 principes op andere manier uitwerken, in hun context
toepassen.
Omgaan met verschillen in een klas vanuit perspectief van een grote stad.
1. Ideeën over diversiteit bepalen hoe iemand lesgeeft
2. Bij opleiden leraren op gebied van diversiteit is het van belang daar op verschillende
manieren en vanuit verschillende perspectieven aandacht aan te besteden.
3. Het is van belang om verschillende type instructie strategieën te gebruiken (varieer en
differentieer).
4. Nieuwe kennis is eenvoudiger te werven als het voortbouwt op bestaande kennis.
(pedagogy of repertoire extension) (correct and replace: negatief, alleen straffen)