Probleem 1.
1. Wat is de ‘policy cycle’?
2. Hoe koppelen we de parlementariërs aan de ‘policy cycle’?
LD1:
Dunn – the process of policy analyses
1. Beleidsprobleem: hetgeen wat een kans voor verbetering heeft door publieke actie. Het is
belangrijk om de voorafgaande omstandigheden te analyseren om achter de aard van het
probleem te komen. De manier waarop een probleem gedefinieerd wordt, bepaalt de
oplossing.
2. Expected policy outcome: een mogelijke/verwachte consequentie van een beleid.
Informatie over de oorzaak van het probleem zijn belangrijk om de bepaalde consequenties te
verwachten. Omdat de context en situaties veranderen, moeten analisten met inzicht en
creativiteit werken.
3. Preferred policy: een potentiele oplossing voor het probleem. Een beleid wordt gekozen
door zowel feiten als waarden. De verwachte mogelijkheden worden met elkaar vergeleken.
4. Observed policy outcome: de werkelijke consequentie van de gekozen (en ingevoerde)
beleid. Het is nooit zeker of de consequentie daadwerkelijk resultaat is van beleid of de
situatie veranderd is door een andere reden.
5. Policy performance: de mate waarin de verkregen consequenties van de gekozen beleid
bijdraagt aan het behalen van de doelen, aan het oplossen van het probleem.
Beleidsproblemen zijn zelden ‘opgelost’.
De 5 vragen zijn interdependent – bepaalde informatiesoorten wordt omgezet in andere
informatiesoorten. Het is niet mogelijk om eentje te gebruiken zonder de andere ook te
hebben gebruikt. Er is dus een samenhang van fases tijdens de vorming van beleid.
,De 5 stappen zijn methoden van beleidsanalyse:
Monitoring (description) – informatie over de observed outcomes of policy
Forecasting (prediction) – informatie over de verwachte resultaten van beleid
Evaluatie – informatie over de waarde of waarde van de verkregen resultaten van een beleid.
Recommendatie (prescription) – informatie over de preferred policies
Probleemstructurering (definitie) – informatie over welke probleem opgelost moet worden.
Retrospective analyse
De productie en transformatie van informatie voor het beleid.
Prospective analyse
Wat beleidsanalisten doen, het ‘synthetiseren’ van informatie voor beleidsalternatieven en
voorkeuren. Deze worden uitgedrukt in kwantitatieve en kwalitatieve termen en heeft een
richtinggevende werking voor beleidsbesluiten.
Beleidscyclus
Beleidscyclus: het verloop van het beleidsproces. Beleidscyclus is een ideaaltype.
- Agendavorming:
o De identificatie en selectie van maatschappelijke problemen die publieke actie
vereisen. Dus het identificeren van beleidsproblemen.
o Herkennen van maatschappelijke problemen
o ‘wat’
- Beleidsformulering:
o Er worden een aantal opties ‘oplossingen’ voor het probleem (beleid) en de
bijbehorende mogelijke effecten/verwachtingen van deze oplossing
geformuleerd.
o Oplossingsvoorstel
o ‘Hoe’
- Beleidsbesluitvorming:
o Een van de alternatieven worden gekozen op basis van de meest gewenste
mogelijke effecten (outcomes).
o Keuze van oplossing
- Beleidsimplementatie:
o Het implementeren van beleid door een of meer overheidsinstituties.
o Beleid doorvoeren.
o Informeren, wettigheid. Maakt structuur om beleid uitvoerbaar te maken.
- Beleidsevaluatie:
o Evalueren of de beleidsuitkomsten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan het
oplossen van het probleem.
o Monitoren van de resultaten
- Beleidsdynamiek
o Beleidsevaluatie analyseren en eventueel verandering doorvoeren.
,Soorten overheidsbeleid:
- (Re)Distributiebeleid
o Gericht op de verdeling van goederen onder actoren (allocatie)
- Constitutionele beleid
o Gericht op het reorganiseren van bestaande of het vormen van nieuwe
institutionele organisaties.
- Regelgevend beleid
o Gericht op het reguleren en controleren van normen
- Provisionele beleid
o Gericht op het creëren en beschikbaar stellen van faciliteiten
- Stimulerende beleid
o Gericht op het creëren van prikkels om actoren te laten handelen.
Howlett et al. – Why study public policy
De beleidscyclus bestaat uit één proces met samenhangende fasen. Als een soort systeem
waarin input (probleem) wordt verwerkt tot output (beleid). Een nadeel van deze cyclus is dat
het niet systematisch kan worden gevolgd. De volgorde kan veranderen en stappen kunnen
worden overgeslagen. De cyclus is een zandloper omdat richting ‘decision-making’ het aantal
actoren afneemt.
Dye’s definitie van beleid: ‘Alles wat de overheid kiest om te doen, of niet te doen’.
- Primaire agent van beleid: de overheid – vanwege de speciale autoritaire positie van
de overheid. De overheid kan de implementatie van beleid overdragen aan non-
, gouvernementele organisaties. Maar de acties van deze organisaties op zichzelf is geen
beleid.
- De overheid kan ook kiezen om de situatie te laten zoals het is. Geen beleid is ook een
beleid/keuze van de overheid.
- Beleid is een bewuste keuze van de overheid.
Jenkins definitie van beleid: ‘a set of interrelated decisions taken by a political actor(s)
concerning the selection of goals and the means of achieving them within a specified situation
where those situation should, in principle, be within the power of those actors to achieve.’
Het is dus een dynamische proces van gerelateerde besluiten. Het gaat dus niet om één besluit
(Dye) maar een serie besluiten. Opeenstapeling van besluiten.
Grondleggers van de beleidscyclus: Laswell and Breuer.
Kritiek: Laswell zegt weinig over de externe effecten.
Probleem 2
- Welke perspectieven zijn er?
o Kenmerken, voor en nadelen
- Welke invloed hebben de perspectieven op het maken van beleid?
o Koppel aan probleem
4 perspectieven:
- Rationele perspectief
- Politieke perspectief
- Culturele perspectief
- Institutionele perspectief
Rationele perspectief:
- Programmering = structurering van handelingen die moeten worden verricht om de
doelstellingen van beleid te realiseren.
- Managerial rationalisme = werken met een dashboard, overzicht houden.
Kenmerken - Doelrationeel: het realiseren van
doelstellingen.
- Sociale problemen maximaal
oplossen
- Andere benaming: objectivisme en
positivisme
- Geformuleerde doelstellingen
belangrijk
-
Instrumentatie Programmering en beleidsinstrumenten. Met
rationeel gedrag kan een bepalend
instrument gekozen worden.
Rol informatie en kennis Informatie en kennis staat centraal. Erg
belangrijk voor een overzicht van het