College 1
Wat is beleid?
- Inspanning om publieke doelen te bereiken door specifieke middelen
o Voorbeelden publieke doelen: gezondheid, veiligheid, sociale integratie
- Bewuste en opzettelijke collectieve actie (door de overheid of niet door de overheid)
- Institutie (sociologische begrip): beperken of toelaten sociaal gedrag.
- Hoppe: plan dat het politieke streven tot uiting brengt om een gewenste toekomstige
situatie te bewerkstelligen door het uitvoeren van een weloverwogen en planmatige
reeks van handelingen.
Dye definitie van beleid: Alles wat de overheid kiest om te doen of niet te doen. Beleid is een
bewuste keuze van de overheid.
- Primaire agent van beleid: de overheid
- De overheid heeft een autoritaire positie. Het kan implementatie van beleid
overdragen aan non-gouvernementele organisaties maar de acties van de organisaties
is op zichzelf geen beleid.
- De overheid kan ook kiezen om niks te doen: dit ook beleid.
Jenkins definitie van beleid: Beleid is een proces van gerelateerde besluiten. Het gaat dus niet
om één besluit (Dye) maar een serie besluiten, een opstapeling van besluiten.
- Door een politieke actor
5 soorten beleid:
1. Regulerende beleid – beleid gebaseerd regels en controle op bepaalde gebieden.
a. Reguleren en controleren van normen d.m.v. sancties
b. Rechten, obligaties en condities waaraan gehouden moet worden bijv. van
kwaliteit water.
2. Constitutionele beleid – Gericht op het reorganiseren van bestaande of het vormen
van nieuwe institutionele organisaties.
a. Waterschappen bijv. of organisaties die kwaliteit water controleren.
3. Distributieve beleid – Beleid gebaseerd op de distributie/toewijzen van nieuwe
middelen tussen actoren.
a. Taken, verantwoordelijkheden, budgetten, belasting
4. Redistributieve beleid – Beleid gebaseerd op de distributie/toewijzen van bestaande
middelen tussen actoren.
a. Taken, verantwoordelijkheden, budgetten, belasting
5. Provisionele beleid – Beleid gericht op het creëren of beschikbaar stellen van
faciliteiten.
a. Bijv. dijken of rioleringssystemen
6. (Stimulerende beleid – Gericht op het creëren van prikkels om actoren te laten
handelen)
a. Bijv. subsidies geven aan industriële organisaties om water te hergebruiken of
informatie vertrekken aan boeren hoeveel water hun gewassen nodig hebben.
Wat is beleid?
- Inspanning om publieke doelen te bereiken door specifieke middelen
o Voorbeelden publieke doelen: gezondheid, veiligheid, sociale integratie
- Bewuste en opzettelijke collectieve actie (door de overheid of niet door de overheid)
- Institutie (sociologische begrip): beperken of toelaten sociaal gedrag.
- Hoppe: plan dat het politieke streven tot uiting brengt om een gewenste toekomstige
situatie te bewerkstelligen door het uitvoeren van een weloverwogen en planmatige
reeks van handelingen.
Dye definitie van beleid: Alles wat de overheid kiest om te doen of niet te doen. Beleid is een
bewuste keuze van de overheid.
- Primaire agent van beleid: de overheid
- De overheid heeft een autoritaire positie. Het kan implementatie van beleid
overdragen aan non-gouvernementele organisaties maar de acties van de organisaties
is op zichzelf geen beleid.
- De overheid kan ook kiezen om niks te doen: dit ook beleid.
Jenkins definitie van beleid: Beleid is een proces van gerelateerde besluiten. Het gaat dus niet
om één besluit (Dye) maar een serie besluiten, een opstapeling van besluiten.
- Door een politieke actor
5 soorten beleid:
1. Regulerende beleid – beleid gebaseerd regels en controle op bepaalde gebieden.
a. Reguleren en controleren van normen d.m.v. sancties
b. Rechten, obligaties en condities waaraan gehouden moet worden bijv. van
kwaliteit water.
2. Constitutionele beleid – Gericht op het reorganiseren van bestaande of het vormen
van nieuwe institutionele organisaties.
a. Waterschappen bijv. of organisaties die kwaliteit water controleren.
3. Distributieve beleid – Beleid gebaseerd op de distributie/toewijzen van nieuwe
middelen tussen actoren.
a. Taken, verantwoordelijkheden, budgetten, belasting
4. Redistributieve beleid – Beleid gebaseerd op de distributie/toewijzen van bestaande
middelen tussen actoren.
a. Taken, verantwoordelijkheden, budgetten, belasting
5. Provisionele beleid – Beleid gericht op het creëren of beschikbaar stellen van
faciliteiten.
a. Bijv. dijken of rioleringssystemen
6. (Stimulerende beleid – Gericht op het creëren van prikkels om actoren te laten
handelen)
a. Bijv. subsidies geven aan industriële organisaties om water te hergebruiken of
informatie vertrekken aan boeren hoeveel water hun gewassen nodig hebben.