Antigeen Molecuul in staat een reactie van afweersysteem op te
wekken zodat antistoffen gevormd worden.
B2 microglobuline Component van MHC I
B2M Eiwit dat onderdeel is van HLA’s
C3b Ontstaat na C3-convertase in C3a en C3b
Functie: opsonatie vh membraan van antigeen
Calnexin Membraan eiwit van ER wat helpt bij vouwing van MHC
Calreticulin Bind misgevouwde eiwitten en voorkomt hun transport van
ER naar golgi
CCL-21 Chemokines uitgescheiden door stromacellen en DC’s in 2nd
lymfoide weefsel trekt leukocyten en DC’s aan
CCR5 Chemokine receptor op T-cellen/DC/MQ om ze naar
specifieke plaatsen te leiden.
CCR7 Receptor op leukocyten voor chemokines CCL19 en CCL21
CD28-B7 Lage affiniteits-receptor op T cellen
Interactie met B7 co-stimulatoire moleculen voor T cel
activatie
CD+3, CD4, CD8 T-cellen hebben CD3 op hun membraan
Th-cellen hebben CD4 op hun membraan
Tc-cellen hebben CD8 op hun membraan
CD4 T-cel Th-cel
CD40 Cel-oppervlak glycoprotein op B cellen interactie met
CD40 ligand op T cellen zodat B cel proliferatie getriggerd
word
CD4CD25-positieve T-cellen Behouden van tolerantie naar zelf-antigenen
(voorkomen auto-immuunziekten)
CD8 T-cel Th-cel
Chemokine receptoren Cytokine receptoren op oppervlak van cellen. Zorgt voor
migratie van leukocyten naar plaatsen van infectie.
CLIP Class-II-associated invariant-chain peptide
CLR Calcitonin-like receptor is complement factor.
Complement factor
CR1 Complement receptoren
CR2 Complement receptoren
CTL Cytotoxische T-lymfocyt
CXCL13 Chemokine gesecreteerd door FDC’s aantrekking B cellen
naar lymfoide follikels.
Cytokines Eiwitten die gedrag van andere cellen beïnvloeden door te
binden aan specifieke receptoren
Cytoplasmatische peptiden Stukjes eiwit los in het cytoplasma
Cytotoxische T-cel CD8+ of killer T cel: T-lymfocyt.
Binding MHC klasse I, vernietigen door apoptose
DC Eerste reactie op pathogeen > cytokines/chemokines
Tweede reactie op pathogeen: adaptieve immuunsyst.
Nemen pathogeen op, migreren naar lymfeklieren om ze daar
te presenteren aan CD4 en CD8 T-cellen.
Eosinofiel Granulocyt (leukocyt) die parasieten vernietigd
Epitheliale cellen Epitheel cellen gevormd door klierweefsel
ER Endoplasmatisch reticulum: netwerk van membranen in
cytoplasma van een cel.
Fab (fragment-antigen binding) Deel van de BCR, bestaande uit constant en variabel domein.
Fagocytose Deel van bacterie op membraan omsluiten en door secretie
van proteases naar fagosoom worden eiwitten afgebroken.