1.1
Biologie = de leer van het leven
Afkomstig van de Griekse woorden bios (leven) en logos (leer/wetenschap)
o Dood = iets wat ooit geleefd heeft
o Levenloos = iets wat nooit geleefd heeft
o Levend = iets wat de 7
levensverschijnselen vertoont
o 7 levensverschijnselen:
1. Bewegen
2. Ademhalen
3. Voeden
4. Voortplanten
5. Uitscheiden (= stoffen afgeven aan de
omgeving)
6. Groeien
7. Waarnemen (zien/horen/ruiken/voelen)
1.2
Natuurgetrouwe tekening > nauwkeurige tekening met alle details
Schematische tekening > alleen de belangrijke hoofdlijnen/onderdelen getekend
Buitenaanzicht / lengtedoorsnede / dwarsdoorsnede
1.3
Een zaad is opgebouwd uit:
Zaadhuid = stevig vlies voor bescherming
Navel = hiermee zat de zaad vast aan de moederplant
Poortje = gaatje in de zaadhuid naast de navel waarmee het zaad water kan
opnemen
Hartvormig bultje
Zaadlob = bevat het reservevoedsel
Kiem > hieruit groeit het kiemplantje
1.4
De horizontale as van een grafiek is de x-as
De verticale as van een grafiek is de y-as