Hoofdstuk 7
De ontwikkeling van een kind wordt bevorderd als de leerkracht een omgeving weet te
creëren waarin kinderen:
- Voelen dat ze aangesproken worden op hun competenties (kwaliteiten) met het
vertrouwen dat ze het daadwerkelijk kunnen
- Merken dat ze uitgedaagd worden autonoom (zelfstandig) zaken op te lossen
- Merken dat hun relatie met de leraar en medeleerlingen als een veilige basis ervaren
wordt.
7.2 het pedagogisch klimaat.
De ontwikkeling van een kind hangt sterk af van de sfeer die er op school, in de klas en
tussen hem en de leraar is.
Er bestaan ook verschillende opvattingen (4) over het vermogen om te leren en de invloed
daarop van aanleg of omgeving.
Opvattingen.
Maria Montessori
- Kinderen hebben van nature een drang om te leren
- Ontwikkeling in natuurlijke fases waarin er gevoelige perioden zijn om bepaalde
dingen te leren
- Pedagogisch klimaat Veel vrijheid
Pavlov
- Behaviorisme Mensen reageren op prikkels en als je de reactie van mensen
beloont of bestraft, kun je hun gedrag beïnvloeden.
- De omgeving is bepalend voor datgene wat een kind leert
- Leerkracht heeft grote invloed op het leren van de kinderen
- Pedagogisch klimaat Sterke structurering
Vygotsky
- Beide aspecten zijn belangrijk De natuurlijke ontwikkeling en de beïnvloeding door
de omgeving
- De leeromgeving zo in richten dat het kind wordt uitgedaagd tot activiteiten die net
even boven zijn ontwikkelingsniveau liggen Zone van naaste ontwikkeling
- Pedagogisch klimaat Een sfeer die gericht is op leren en ontdekkingen doen
Maslow
- Humanistische psychologie Veiligheid een basisbehoefte van de mens
- Een kind dat zich in een veilige omgeving bevindt, experimenteert en leert meer dan
een kind dat bang is.
- Pedagogisch klimaat Veel aandacht voor het welzijn van het kind