Leerdoel 1: Wat houdt de theorie van Darwin in?
Evolutie is een verandering over generaties. Evolutie is het ondergaan van een geleidelijke/ordelijke verandering
en heeft geen intentie of doel (want gaat niet over 1 generatie). Evolutie refereert dus naar verandering over tijd.
Evolutie verbetert de gemiddelde fitheid van de populatie.
‘Evolutie vóór Darwin:
- Lamarck (1744-1829) was één van de eerste wetenschappers die het woord ‘Biologie’ gebruikte. Hij
geloofde in 2 oorzaken voor verandering bij soorten:
1. Neiging van een soort te ontwikkelen tot een hogere vorm (giraffe).
2. Overerving van de verkregen kenmerken.
- Cuvier (1769-1832): legde catastrophism voor door plotselinge catastrofes (zoals meteorieten) worden
sommige soorten vernietigd en door verschillende soorten vervangen
Darwin vond dat hier geen onderbouwing bij was, en dus geen bewijs. Hij wilde verklaren
Darwin was echter wel de eerste die met bewijsmateriaal naar buiten kwam en aangaf hoe evolutie optreedt.
Darwin presenteerde hiervoor 3 soorten bewijzen:
Hij documenteerde de evolutie van de fossielen met meer recente geologische lagen.
Hij beschreef structurele gelijkenissen onder levende soorten (handen/vleugels/poten), wat dus
voorstelde dat ze zijn “evolved” van dezelfde voorouder
Hij wees op grote veranderingen die naar voren kwamen bij binnenlandse/inheemse planten en dieren
door een programma's van selectief fokken (selective breeding).
Maar het meest overtuigende bewijs van de evolutie komt van directe observatie van de snel doorgaande
evolutie → vinken op de Galápagos Eilanden. Door droogte op het eiland zorgde ervoor dat er alleen
grote en moeilijk eetbare zaden overbleven → binnen één soort vink vergrootte de snavel
Natuurlijke selectie (kun je zien als de input!): Leden binnen een bepaald soort sterk variëren in hun
structuur/fysiologie en gedrag en dat diegene met ‘het beste tarief’ worden geassocieerd met overleving en
voortplanting (en dus de eigenschappen worden doorgegeven d.m.v. voortplanting). Darwin betoogde dat
natuurlijke selectie, wanneer dit generatie na generatie wordt herhaald, leidt tot de evolutie van soorten die beter
aangepast zijn aan het overleven en te reproduceren in hun specifieke ecologische omgeving. Darwin beweerde
dat evolutie ontstaat door middel van natuurlijke selectie.
Fitness staat in Darwins ogen voor de vaardigheid van een organisme om te overleven en zijn genen over te
dragen aan de volgende generatie
De 3 componenten van natuurlijke selectie:
- Variatie → dat de beste variaties van genen overleven i.v.m. overerving (zoals lengte)
- Overerving → sommige variaties worden doorgegeven en anderen verdwijnen (nekken giraffen)
- Selectie → dat organisme met goede kwaliteiten meer kinderen krijgen (dit heet dif.repr.succes)
Natuurlijke selectie/: 3 essentiële ingrediënten:
Variatie = iedereen is uniek en dit is cruciaal voor evolutie. Verschillen in uiterlijk en eigenschappen,
denk aan: vleugellengte, bottenmassa, celstructuur, vechtvaardigheden etc.
Erfelijkheid/overerving = Een aantal van die variaties zijn erfelijk, maar alleen de genetische variaties
spelen een rol in evolutie.
Selectie = organismen met bepaalde overerfbare variaties laten meer nakomelingen na, omdat zij dus die
middelen hebben die hun helpen met de taken van het overleven of reproduceren (bv: betere vorm bek vink).
Survival of the fittest: Degenen die het best aangepast zijn (adaptie) aan de eisen van de omgeving, zullen
overleven en zich dus voort kunnen planten → dus kwestie van hoe reproductief
1