Samenvatting KLAS 4 AARDRIJKSKUNDE MAVO Bevolking en ruimte.
Paragraaf 2
In de jaren 1950 zijn er in Nederland en Duitsland veel woningen gebouwd. Eerst kleine
rijtjeswoningen, in de jaren 1960 kleine appartementen in hoogbouw. Vanaf de jaren 1970 werden
er vooral eengezinswoningen gebouwd met een tuin. Tot 1960 is er sprake van urbanisatie
(verstedelijking), daarna van suburbanisatie. In voormalig Oost-Duitsland trad suburbanisatie pas na
1990 op. De dienstensector is sinds de jaren 1950 steeds belangrijker geworden. Duitsland heeft een
hogere werkloosheid dan Nederland, vooral in het Ruhrgebied en voormalig Oost Duitsland. Sinds
1950 zijn er steeds meer voorzieningen bij gekomen. Op het platteland verdwijnen voorzieningen
door leegloop, vooral in Duitsland.
Paragraaf 3
Sinds de jaren 1950 is er verkeerstoename in Nederland en Duitsland door de toename van
mobiliteit en goederenvervoer. Door suburbanisatie ontstond er bovendien forensisme. Gevolgen
daarvan zijn congestie en slechtere bereikbaarheid. Een oplossing daarvoor is de aanleg van nieuwe
infrastructuur. Doordat mensen sinds de jaren 1950 meer vrije tijd en geld kregen, nam de recreatie
toe. Het natuuroppervlak nam tussen 1950 en 1990 just af. Vanaf 1990 neemt dat weer toe, onder
meer door de EHS / het NNN in Nederland en Natura 2000 in Europa.
Paragraaf 4
De Randstad en het Ruhrgebied zijn beide stedelijke zones en een verzameling agglomeraties. De
steden in de Randstad zijn ouder en groener. De leefbaarheid wordt beïnvloed door de ruimtelijke
kwaliteit. Onderdelen daarvan zijn woonkwaliteit (waaronder onderhoud), voorzieningen,
bereikbaarheid, veiligheid, sociale controle (sociale contacten) en participatie. De ruimtelijke
ordening wordt vastgelegd in en bestemmingsplan. Wijzigt dit, dan hebben burgers soms inspraak.
De ruimtelijke kwaliteit in het Ruhrgebied is verbeterd door herinrichting.
Paragraaf 5
De bevolkingsontwikkeling wordt mede bepaald door de natuurlijke bevolkingsgroei
(bevolkingsgroei die afhangt van geboorte- en sterftecijfers). Bij een geboorteoverschot is de
natuurlijke bevolkingsgroei positief en bij een sterfteoverschot negatief. In Nederland en Duitsland
daalt de natuurlijke bevolkingsgroei. In Duitsland is er sinds 1972 en sterfteoverschot en dus een
negatieve bevolkingsgroei. In Nederland is er nog wel en geboorteoverschot. Een belangrijke
oorzaak van de dalende natuurlijke bevolkingsgroei is de stijgende levensverwachting, die leidt tot
vergrijzing. Mede daardoor daalt het geboortecijfer, wat leidt tot ontgroening. Uiteindelijk zorgt
vergrijzing ook voor een hoger sterftecijfer.
Paragraaf 2
In de jaren 1950 zijn er in Nederland en Duitsland veel woningen gebouwd. Eerst kleine
rijtjeswoningen, in de jaren 1960 kleine appartementen in hoogbouw. Vanaf de jaren 1970 werden
er vooral eengezinswoningen gebouwd met een tuin. Tot 1960 is er sprake van urbanisatie
(verstedelijking), daarna van suburbanisatie. In voormalig Oost-Duitsland trad suburbanisatie pas na
1990 op. De dienstensector is sinds de jaren 1950 steeds belangrijker geworden. Duitsland heeft een
hogere werkloosheid dan Nederland, vooral in het Ruhrgebied en voormalig Oost Duitsland. Sinds
1950 zijn er steeds meer voorzieningen bij gekomen. Op het platteland verdwijnen voorzieningen
door leegloop, vooral in Duitsland.
Paragraaf 3
Sinds de jaren 1950 is er verkeerstoename in Nederland en Duitsland door de toename van
mobiliteit en goederenvervoer. Door suburbanisatie ontstond er bovendien forensisme. Gevolgen
daarvan zijn congestie en slechtere bereikbaarheid. Een oplossing daarvoor is de aanleg van nieuwe
infrastructuur. Doordat mensen sinds de jaren 1950 meer vrije tijd en geld kregen, nam de recreatie
toe. Het natuuroppervlak nam tussen 1950 en 1990 just af. Vanaf 1990 neemt dat weer toe, onder
meer door de EHS / het NNN in Nederland en Natura 2000 in Europa.
Paragraaf 4
De Randstad en het Ruhrgebied zijn beide stedelijke zones en een verzameling agglomeraties. De
steden in de Randstad zijn ouder en groener. De leefbaarheid wordt beïnvloed door de ruimtelijke
kwaliteit. Onderdelen daarvan zijn woonkwaliteit (waaronder onderhoud), voorzieningen,
bereikbaarheid, veiligheid, sociale controle (sociale contacten) en participatie. De ruimtelijke
ordening wordt vastgelegd in en bestemmingsplan. Wijzigt dit, dan hebben burgers soms inspraak.
De ruimtelijke kwaliteit in het Ruhrgebied is verbeterd door herinrichting.
Paragraaf 5
De bevolkingsontwikkeling wordt mede bepaald door de natuurlijke bevolkingsgroei
(bevolkingsgroei die afhangt van geboorte- en sterftecijfers). Bij een geboorteoverschot is de
natuurlijke bevolkingsgroei positief en bij een sterfteoverschot negatief. In Nederland en Duitsland
daalt de natuurlijke bevolkingsgroei. In Duitsland is er sinds 1972 en sterfteoverschot en dus een
negatieve bevolkingsgroei. In Nederland is er nog wel en geboorteoverschot. Een belangrijke
oorzaak van de dalende natuurlijke bevolkingsgroei is de stijgende levensverwachting, die leidt tot
vergrijzing. Mede daardoor daalt het geboortecijfer, wat leidt tot ontgroening. Uiteindelijk zorgt
vergrijzing ook voor een hoger sterftecijfer.