Thema: Bewegen
Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel kan worden opgedeeld in het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel
1. Centrale zenuwstelsel
o Hersenen
o Ruggenmerg
2. Perifere zenuwstelsel
o Sensorische deel (afferent) = verantwoordelijk voor het informeren van het centrale
zenuwstelsel over wat binnen en buiten het lichaam gebeurt. Eigenlijk alles wat naar
de hersenen toe gaat.
o Motorische deel (efferent) = verantwoordelijk voor het zenden van informatie
vanuit het centrale zenuwstelsel naar verschillende delen van het lichaam in reactie
op inkomende signalen van het sensorische deel.
Perifere zenuwstelsel
43 paar zenuwen
o 12 paar craniale (bij de schedel)
o 31 paar spinale (wervelkolom)
Sensorische deel (afferent)
o Mechanoreceptoren = regelen druk en geluid
o Thermoreceptoren = tempratuur
o Nociceptoren = pijn
o Fotoreceptoren = licht en zicht
o Chemoreceptoren = samenstelling bloed
Kinetische gewrichtssensoren = stand van het gewricht
Spierspoeltjes = sensorische informatie als de spier op rek komt (hoe lang de spier is)
Golgi-peeslichaampjes = zitten in de pees en geeft door hoeveel spanning op de spier staat, zorgen
bij grote krachtinzet voor waarschuwing (beschermingsmechanisme)
Motorische deel (efferent)
1. Autonoom zenuwstelsel
o Zenuwstelsel wat je niet zelf kunt controleren, onwillekeurig zenuwstelsel.
2. Somatische zenuwstelsel
o Zenuwstelsel wat je kunt aansturen wanneer je dit wilt. Bijvoorbeeld het aanspannen
van je biceps.
Dit onderstaande gebeurt onbewust (autonoom zenuwstelsel)
1. Sympathische (actie)
o dat gedeelte van je zenuwstelsel dat in actie komt (bijv. verhoging hartslag,
bloeddruk).
2. Parasympatisch (rust)
o = dat gedeelte van je zenuwstelsel dat tot rust komt. Bloed kan meer naar de
organen (bijv. vertering).