1. Het testen van onze ideeën
Ideeën veranderen, door observaties, onderzoeken en experimenten.
‘’Look and see’’: wees bereid ideeën te testen en neem bewijs tegen je eigen theorie ook
voor waar aan.
Verschillende bronnen van kennis
- Autoriteit
- Common sense: iedereen weet dat … (kunnen verkeerde ideeën zijn)
- Persoonlijke ervaring: aantal validiteitsbedreigingen
o Sampling bias: jouw waarneming is niet representatief
o Observer bias: jou waarneming is beïnvloedt door jou verwachting
o Confounding: andere factoren spelen een rol
- Intuïtie’
Echter zijn dit geen betrouwbare bronnen van kennis. De enige betrouwbare bron is:
- Wetenschappelijke methode:
observatie – theorievorming – voorspelling – toetsing - evaluatie
Schendingen van wetenschappelijke integriteit:
Fraude: vervalsen of bedenken van data
Plagiaat: overschrijven zonder bronvermelding
Incompetent onderzoek: te weinig bewijst om een conclusie te kunnen trekken
Schemergebied: analyseren totdat er iets moois uitkomt, selectief analyseren, gegevens
achterhouden, proefpersonen achteraf weggooien, resultaten mooier maken dan ze zijn,
alleen gunstige onderzoeken vermelden, hypothese achteraf verzinnen, slordig werken.
Toegepaste onderzoeker: praktisch probleem onderzoeken
Basis onderzoeker: ‘’hoe werkt iets’’
Sommige onderzoekers combineren beiden soorten onderzoek.
2. Theorie en data in de psychologie
Theorie-data cyclus:
Theorie hypothese voorspelling (testen : weerleggen/bevestigen) bijstellen theorie
Algemeen specifiek
Theorie = als je emoties niet uit, komen ze er op een andere manier uit
Hypothese = mensen die nooit kwaad worden, zullen psychische problemen ontwikkelen
Voorspelling: mensen die ja antwoorden op ‘’ík wordt nooit kwaad’’, zullen vaker in
psychotherapie geweest zijn.
Theorie = statement van algemene principes.
Deze moet falsificeerbaar zijn, te testen zijn.
Niet falsificeerbaar = wetenschappelijk gezien waardeloos (bv religieuze ideeën als ‘’god wou
het op die manier’’ , deze theorie klopt namelijk altijd)
Wat als de voorspelling niet uitkomt, de theorie niet kan worden aangepast, er geen fouten
zijn in het onderzoek en ook bij replicaties de voorspelling niet uitkomt, dan nog steeds is de
theorie niet weerlegt. Het probleem = anomalie: onbegrepen inconsistentie theorie vs data
Één onderzoek = geen onderzoek. Er moeten meer onderzoeken worden gedaan.
Contra-intuïtief: theorieën tegen onze intuïties in.
We spreken niet van bewezen theorieën maar van goed onderbouwde theorieën.