De staat: een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent
over een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied. Erkenning door
andere staten is een belangrijke aanwijzing dat de staat effectief gezag uitoefent,
maar geen vereiste.
Staatsrecht: de regels die betrekking hebben op de organisatie van de met gezag beklede organen
en de grenzen van hun gedrag.
Elke burger is gelijkwaardig en heeft recht op gelijke invloed op het staatsbestuur. Door deze
ethische eis van gelijkwaardigheid van de mens, valt een deel van de vroegere problematiek weg. Het
hele vraagstuk van de beste staatsvorm verliest zijn zin: onbeperkte monarchie en oligarchie zijn met
het gelijkheidsbeginsel onverenigbaar.
Middel om het risico van dictatuur te ontgaan:
Trias politica: de verdeling van het gezag over verschillende organen en dus over verschillende
mensen of groepen van mensen. Doordat ieder orgaan slechts een deel van het
gezag kan uitoefenen, heeft het de andere organen nodig.
- Wetgevende macht: het parlement maakt de wetten.
- Uitvoerende macht: de regering voert de wetten uit.
- Rechtsprekende macht: de rechters constateren of de uitvoerende macht de wet wel
in acht genomen heeft.
Checks and balances: de verschillende organen over welke het gezag verdeeld is, houden op deze
wijze elkaar in evenwicht en controleren elkaar.
Hieruit vloeit voort:
Eerste grondregel
Legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet.
Tweede grondregel
Verantwoordingsplicht: niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording schuldig te
zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat.
Vormen hiervan zijn er veel:
a. Politieke verantwoordingsplicht
Deze plicht houdt in dat het bestuurlijke orgaan inlichtingen moet verstrekken, een debat
met de volksvertegenwoordiging niet mag ontwijken en bij verlies van vertrouwen in
beginsel moet opstappen. De verantwoordingsplicht heeft betrekking op het eigen handelen
en nalaten, maar strekt zich ook uit tot het functioneren van ambtelijke diensten die aan het
bestuursorgaan ondergeschikt zijn.
b. Ambtelijke ondergeschiktheid
Ambtenaren die bepaalde bevoegdheden hebben, zijn verantwoording schuldig aan hun
chefs.
c. Bestuurlijk toezicht
Preventief en repressief toezicht
d. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid
Een gezagsdrager kan strafrechtelijk verantwoordelijk zijn voor zijn daden. Dit is uitsluitend
mogelijk, wanneer een strafbepaling de gedragingen strafbaar stelt.