Kreis (1924-1938)
Logisch empirisme, inductie
Relatie tussen de wereld van gedachten/cognities van werkelijkheid en de werkelijkheid.
Moderne rationaliteit = systematiek en zekerheid, experimenten, scheiden van feiten en
waarden, cultuur en natuur.
Doel: eenheidswetenschap
- Neutraal systeem van concepten en regels waar alle wetenschappen zich aan houden
- Wetenschappelijk wereldbeeld
Demarcatie wetenschap onderscheidt zich van andere kennisaanspraken door het
gebruik van onbetwijfelbare en onbevooroordeelde waarneming en verificatie
Verificatiecriterium = de betekenis van een bewering wordt volledig gevat in zijn ‘empirische
waarheidscondities’, kan dus door middel van een waarneming bevestigd worden.
Lineaire wetenschappelijke groei volgens Kreis.
Popper (1902-1994)
Kritisch rationalisme, deductie
Kritiek op logisch empirisime:
- Deductieve gevolgtrekking heeft de voorkeur boven inductie
- Er bestaan geen onbetwijfelbare en onbevooroordeelde zintuigelijke waarnemingen
(waarnemingen krijgen betekenis binnen een theorie, een opgeleidde onderzoeker
ziet iets anders dan een leek) Waarnemingen hebben altijd een beetje subjectiviteit.
Inductie = reeks specifieke waarnemingen leiden tot algemene regels
Deductie = als de algemene regel juist is kan je op grond van specifieke gegevens een juiste
gevolgtrekking maken.
Demarcatiecriterium: falsificatie
Theorie is falsifieerbaar als het mogelijk is een experiment of observatie uit te voeren die
bij bepaalde uitkomsten een theorie kan weerleggen. Als een waarneming niet klopt, wordt
deze volgens Popper verworpen, Kuhn vindt dit niet kunnen want dan krijg je nooit een
crisis.
Door pogingen van weerleggen wetenschappelijke groei