Montesquieu had de Trias Politica bedacht. Trias Politica = De staatsmacht moet worden gescheiden
in drie machten met bijbehorende organen en functies: de wetgevende macht, de uitvoerende
macht, en de rechtsprekende macht.
- De wetgevende macht (Regering & Staten-Generaal) bestaat uit het stellen van algemene,
voor iedereen in gelijke mate geldende regels.
- De uitvoerende of bestuurlijke macht (Regering) betreft het uitvoeren van de
overheidstaken die in die algemene regels zijn vastgesteld
- De rechtsprekende macht (Onafhankelijke rechters) wordt uitgeoefend voor de beslechting
van geschillen over de juiste toepassing van het recht.
Ook vond hij dat in er in het staatsbestel een systeem hoort te zijn van checks and balances. Bij
checks gaat het om het houden van toezicht van de een op de ander, terwijl met balances is bedoeld
dat er tussen de staatsorganen in een zeker evenwicht onderling wordt samengewerkt en aldus
bevoegdheden worden gedeeld. Door tegelijk met de machtenscheiding voor de organen een
dergelijk systeem van onderling toezicht en van onderlinge samenwerking in het leven te roepen,
wordt volgens Montesquiei machtsmisbruik voorkomen en een zekere mate van evenwicht in het
staatsbestel bereikt.
Decentralisatie = De centrale overheid (overheid in Den Haag) een deel van haar taken en
bevoegdheden heeft overgedragen aan lage decentrale overheden: provincies, gemeenten,
waterschappen.
Het staatsrecht kent twee vormen van decentralisatie:
1. Territoriale decentralisatie = Dit wil zeggen dat een bestuursorgaan in een bepaald gebied
van de staat zijn wetgevende en bestuurlijke bevoegdheid uitoefent, bijvoorbeeld in de
provincie Utrecht of in de gemeente Maastricht.
2. Functionele decentralisatie = Dit betekent dat een bestuursorgaan, door het hele land,
specifieke taken uitoefent, bijvoorbeeld taken op het gebied van de waterhuishouding of van
de bewaking van de kwaliteit van een bepaald product.
Het legisme houdt in dat het gehele (positieve) recht uitsluitend door de wetgever wordt geschapen.
De wet is dan de enige rechtsbron. In het legisme zijn recht en wet identiek: al het recht staat in de
wet.
Codificatiegedachte = Opvatting dat alle recht in wetten moet worden ondergebracht.
Als de regering een besluit neemt, heet dat altijd koninklijk besluit. Elk regeringsbesluit heeft dus de
vorm van een KB. De inhoud van koninklijke besluiten is echter heel verschillend. Dit hangt af van de
vraag of de Kroon de bestuurlijke dan wel de wetgevende functie uitoefent:
1. Bestuur > We spreken dan van een beschikking. Dat kan leiden tot een individuele
rechtsvaststelling in een concreet geval, dat wil zeggen een beslissing van het
bestuursorgaan ten aanzien van een individuele persoon.