Samenvatting Ontwikkelingsbiologie
H1
Het door Aristoteles bedachte:
Preformatisme: het embryo is al gevormd en hoeft alleen maar te groeien.
Epigenense: het embryo wordt in model gebracht, nog gevormd.
Homonuculus: klein mensje in de kop van een spermacel.
August Weisman: nakomelingen erven
niet de karakteristieken van het lichaam,
maar van de geslachtscellen.
Eigenschappen die later in het leven zijn
verworven kunnen niet worden
overgeërfd.
Door Gregor Mendel bedachte:
Meiose: zorgt ervoor dat hoeveelheid
chromosomen in een cel gehalveerd
worden ontstaan geslachtscellen.
Door Weismann bedachte:
Autonome determinatie (mozaïek ontwikkeling)
Kern determinanten: (BESTAAN NIET!)
worden verdeeld over verschillende
cellen tijdens klievingsdelingen, die de
toekomst voor elke cel zouden bepalen.
Roux experiment:
Verwoesten van de kern (met een hete naald) van een cel in een tweecellig stadium van een embryo.
Dit zorgt voor ontwikkelen van een half dier (kikker). Ondersteunt de mozaïek ontwikkeling.
Conditionele determinantie (regulatieve ontwikkeling)
Cytoplasmatische determinanten bestaan wel!
Driesch experiment:
Verwijderen van 1 van de 2 cellen in een tweecellig stadium van het embryo. Dit zorgt voor het
volledig ontwikkelen van een dier, wel is het dier een stuk kleiner. Ondersteunt de mozaïek
ontwikkeling niet.
Spemann organizer: een regio in het embryo dat verantwoordelijk is voor het vormen van het
embryonale lichaam.
Modelorganismen:
Vertebraten:
- Xenopus laevis (kikker) tetraploïd (4 sets chromosomen in somatische cellen)
- Mus musculus (muis) beste model voor zoogdieren
- Gallus gallus (kip) embryo kan veel experimentele microchirurgische manipulatie aan
- Danio rerio (zebravis) eieren zijn in grote getalen aanwezig en zijn doorzichtig.
Invertebraten:
H1
Het door Aristoteles bedachte:
Preformatisme: het embryo is al gevormd en hoeft alleen maar te groeien.
Epigenense: het embryo wordt in model gebracht, nog gevormd.
Homonuculus: klein mensje in de kop van een spermacel.
August Weisman: nakomelingen erven
niet de karakteristieken van het lichaam,
maar van de geslachtscellen.
Eigenschappen die later in het leven zijn
verworven kunnen niet worden
overgeërfd.
Door Gregor Mendel bedachte:
Meiose: zorgt ervoor dat hoeveelheid
chromosomen in een cel gehalveerd
worden ontstaan geslachtscellen.
Door Weismann bedachte:
Autonome determinatie (mozaïek ontwikkeling)
Kern determinanten: (BESTAAN NIET!)
worden verdeeld over verschillende
cellen tijdens klievingsdelingen, die de
toekomst voor elke cel zouden bepalen.
Roux experiment:
Verwoesten van de kern (met een hete naald) van een cel in een tweecellig stadium van een embryo.
Dit zorgt voor ontwikkelen van een half dier (kikker). Ondersteunt de mozaïek ontwikkeling.
Conditionele determinantie (regulatieve ontwikkeling)
Cytoplasmatische determinanten bestaan wel!
Driesch experiment:
Verwijderen van 1 van de 2 cellen in een tweecellig stadium van het embryo. Dit zorgt voor het
volledig ontwikkelen van een dier, wel is het dier een stuk kleiner. Ondersteunt de mozaïek
ontwikkeling niet.
Spemann organizer: een regio in het embryo dat verantwoordelijk is voor het vormen van het
embryonale lichaam.
Modelorganismen:
Vertebraten:
- Xenopus laevis (kikker) tetraploïd (4 sets chromosomen in somatische cellen)
- Mus musculus (muis) beste model voor zoogdieren
- Gallus gallus (kip) embryo kan veel experimentele microchirurgische manipulatie aan
- Danio rerio (zebravis) eieren zijn in grote getalen aanwezig en zijn doorzichtig.
Invertebraten: