Opbouw van bot
Lamellair bot
Hier liggen de collageen vezels parallel aan elkaar in de richting van de meeste druk en wrijving. Dit is
normaal volgroeit bot.
Bestaat uit corticaal en spongieus bot. Het corticaal bot bestaat uit osteonen (Haver kanalen) met
communicerende Volkmann kanalen. Het spongieus bot bestaat uit trabeculair georiënteerd bot.
Cellen die een belangrijke rol spelen zijn osteocyten, osteoclasten en osteoblasten. Matrix wordt
aangemaakt door osteoblasten waarna deze door de matrix omgeven worden en differentiëren tot
osteocyten. De ECM bestaat uit 35% organische stoffen (collageen I, proteoglycanen, ed) en 65% uit
anorganische stoffen (primaire hydroxyapatiet). Hydroxyapatiet zorgt voor de mineralisatie van het
bot.
Woven bot
Hier liggen de collageen vezels willekeurig georiënteerd. Dit komt meestal voor na pathologie.
Vereisten voor botvorming
Van belang zijn een goede bloedtoevoer en mechanische stabiliteit.
Mechanismen voor botvorming zijn:
- Cutting cones: Primair van belang voor remodelling. Osteoclasten verwijderen aan de
uiteinden bot en osteoblasten leggen osteoïd neer.
- Intramembraneuze botvorming: bot groeit in de breedte. Osteoblasten differentiëren
meteen vanuit pre-osteoblasten en leggen in legen osteoïd neer.
- Endochondrale botvorming: bot groeit in de lengte. Osteoblasten volgen daarbij de
kraakbeen precursor. In een gebied met een lage zuurstofspanning hypertrofiëren,
degenereren en calcificeren chondrocyten (ECM). In een gebied met een hoge
zuurstofspanning ontstaat er een vasculaire invasie van het kraakbeen gevolgd door
ossificatie.
- Perichondrale verbening: bij de diafyse rondom het kraakbeen.
- Endesmale verbening: botweefsel direct afkomstig uit bindweefsel.
Open en gesloten fracturen
Open fracturen
Ook wel gecompliceerde fracturen genoemd, gaan gepaard met een wekedelenletsel. Er is een
verbinding van de fractuur met de buitenwereld. De Gustilo classificatie deelt ze in, in drie graden
van ernst:
- Graad I: prikwond van binnen naar buiten
- Graad II: wond met wekedelenletsel met
contusionering van huid en subcutis
- Graad III: uitgebreide wekedelenlaesie,
met name van spieren, gecombineerd met
vaat- en zenuwletsel
Deze indeling is van belang voor de keuze van
behandeling en voor de prognose van het
herstel.
Lamellair bot
Hier liggen de collageen vezels parallel aan elkaar in de richting van de meeste druk en wrijving. Dit is
normaal volgroeit bot.
Bestaat uit corticaal en spongieus bot. Het corticaal bot bestaat uit osteonen (Haver kanalen) met
communicerende Volkmann kanalen. Het spongieus bot bestaat uit trabeculair georiënteerd bot.
Cellen die een belangrijke rol spelen zijn osteocyten, osteoclasten en osteoblasten. Matrix wordt
aangemaakt door osteoblasten waarna deze door de matrix omgeven worden en differentiëren tot
osteocyten. De ECM bestaat uit 35% organische stoffen (collageen I, proteoglycanen, ed) en 65% uit
anorganische stoffen (primaire hydroxyapatiet). Hydroxyapatiet zorgt voor de mineralisatie van het
bot.
Woven bot
Hier liggen de collageen vezels willekeurig georiënteerd. Dit komt meestal voor na pathologie.
Vereisten voor botvorming
Van belang zijn een goede bloedtoevoer en mechanische stabiliteit.
Mechanismen voor botvorming zijn:
- Cutting cones: Primair van belang voor remodelling. Osteoclasten verwijderen aan de
uiteinden bot en osteoblasten leggen osteoïd neer.
- Intramembraneuze botvorming: bot groeit in de breedte. Osteoblasten differentiëren
meteen vanuit pre-osteoblasten en leggen in legen osteoïd neer.
- Endochondrale botvorming: bot groeit in de lengte. Osteoblasten volgen daarbij de
kraakbeen precursor. In een gebied met een lage zuurstofspanning hypertrofiëren,
degenereren en calcificeren chondrocyten (ECM). In een gebied met een hoge
zuurstofspanning ontstaat er een vasculaire invasie van het kraakbeen gevolgd door
ossificatie.
- Perichondrale verbening: bij de diafyse rondom het kraakbeen.
- Endesmale verbening: botweefsel direct afkomstig uit bindweefsel.
Open en gesloten fracturen
Open fracturen
Ook wel gecompliceerde fracturen genoemd, gaan gepaard met een wekedelenletsel. Er is een
verbinding van de fractuur met de buitenwereld. De Gustilo classificatie deelt ze in, in drie graden
van ernst:
- Graad I: prikwond van binnen naar buiten
- Graad II: wond met wekedelenletsel met
contusionering van huid en subcutis
- Graad III: uitgebreide wekedelenlaesie,
met name van spieren, gecombineerd met
vaat- en zenuwletsel
Deze indeling is van belang voor de keuze van
behandeling en voor de prognose van het
herstel.