Leerdoel: Diagnostiek Persoonlijkheidsstoornissen
Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS)
Definitie DSM-IV: aanhoudend patroon van instabiele interpersoonlijke relaties, een instabiel
zelfbeeld, instabiele emoties en een sterke impulsiviteit. De stoornis uit zich in de vroege
volwassenheid in verschillende situaties.
Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) betekent letterlijk grens, omdat men lang dacht dat
borderliners leven tussen de grens van een psychose en neurose. Tegenwoordig wordt het ook wel
een emotieregulatiestoornis (ERS) of iets dergelijks genoemd omdat de term borderline niet
helemaal duidelijk is.
DSM criteria Borderline Persoonlijkheidsstoornis
Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en duidelijke
impulsiviteit, zoals dat tot uiting komt door bijvoorbeeld inspanningen om (feitelijke of vermeende)
verlating te voorkomen. Verder zijn er instabiele en intense intermenselijke relaties,
identiteitsstoornis, impulsiviteit die in potentie de betrokkene zelf kan schade; recidiverende
suïcidale gedragingen; chronisch gevoel van leegte; inadequate, intense woede; en voorbijgaande,
aan stress gebonden paranoïde ideeën.
Er moet aan minstens 5 van de volgende 9 criteria voldaan zijn:
1. Krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden
(verlatingsangst)
2. Patroon van instabiele en intense relaties met anderen, gekenmerkt door wisselingen tussen
overmatig idealiseren en kleineren
3. Identiteitsstoornis: aanhoudend wisselend zelfbeeld of zelfgevoel
4. Impulsiviteit met negatieve gevolgen voor zichzelf op minstens twee gebieden, zoals:
geldverspilling, veel seksuele contacten, middelenmisbruik, roekeloos rijgedrag, vreetbuien,
etc
5. Terugkerende pogingen tot zelfdoding, gestes of dreigingen of zelfverwonding
6. Sterk wisselende stemmingen, als reacties op gebeurtenissen. Dit kan leiden tot periodes van
intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelfden
langer dan een paar dagen
7. Een chronisch gevoel van leegte, men voelt zich somber en alleen
8. Inadequate, intense woede of moeite boosheid te beheersen. Dit uit zich in driftbuien,
aanhoudende woede of herhaaldelijke vechtpartijen
9. Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve
verschijnselen