2.1 Wat is autonomie?
het vermogen om te kiezen en zelf hun handelen te bepalen vanuit authentieke behoeften.
Verder stelt SDT dat een optimale ontwikkeling slechts mogelijk is als aan drie
psychologische basisbehoeften wordt voldaan.
1. Autonomie,
2. Competentie en
3. sociale verbondenheid of relatie.
De vervulling van deze behoeften leidt tot intrinsieke motivatie. Voor een goede
psychologische gezondheid is het noodzakelijk dat alle drie de basisbehoeften worden
vervuld anders wordt de intrinsieke motivatie lager.
Binnen de basisbehoeften neemt autonomie een primaire plaats. het begrip autonomie
betekent hetzelfde als zelfbepaling of zelfbeheer. Het tegenovergestelde heteronomie.
Anatomie houdt in dat je het gevoel hebt dat je je handelingen zelf kiest. Tijdens je handeling
ervaar je een grote psychologische vrijheid: een hoge graad van flexibiliteit en geen druk van
buitenaf.
Er is sprake van autonomie als je ervaart dat er afstemming is tussen je handelingen
en je persoonlijke doelen en waarden.
Misvatting 1: Autonomie is niet hetzelfde als grenzeloze vrijheid of laissez-faire. Bij
autonomie horen ook grenzen en regels. Zo blijkt dat autonomie en structuur met elkaar
verbonden zijn. leeromgevingen blijken het meest bevorderlijk voor de intrinsieke motivatie
als er zowel ruimte is voor Autonomie als voor een structuur. Door structuur ervaren
leerlinge dat ze zelf controle hebben over hun opdrachten en dat bepaalt de mate waarin ze
succesvol kunnen zijn.
Misvatting 2: Autonomie is geen synoniem voor onafhankelijkheid of zelfstandigheid.
Onafhankelijkheid betekent dat iemand zonder de hulp van anderen iets kan uitvoeren.
Hierbij gaat het helemaal niet om autonomie. Autonomie is meer cruciaal voor het welzijn en
functioneren van mensen dan de mate waarin iemand onafhankelijk is of met dwang
aangemoedigd wordt om onafhankelijk te zijn.
2.2 Aspecten van autonomie
Om autonomie te kunnen ervaren zijn er 4 aspecten
1. Keuze
2. Innerlijke bekrachtiging
3. Flexibiliteit
4. Weinig druk.
Keuze
Bij autonomie is kunnen kiezen en keuzes maken fundamenteel. Het aanbieden van keuzes
verhoogt de intrinsieke waarde. Als in de keuzes mogelijkheden ingebroken wordt kan dat tot
grote frustraties leiden. Door uit verschillende opdrachten te kiezen, stijgt de motivatie van
leerlingen omdat ze zelf meer inbreng hebben. (een te groot aanbod van keuzes leidt niet
altijd tot betere of meer bevredigende resultaten). Idealiter betekent zelf kiezen dat leerlingen