bloot rechtsfeit en verbintenis inhouden;
Rechtshandeling: is een bewuste menselijke handeling. De wil van een rechtssubject
moet gericht zijn op rechtsgevolg.
Feitelijke handeling: handelingen die niet op rechtsgevolg zijn gericht, maar waar het
recht wel rechten en plichten aan verbindt. 6:162 BW
Bloot rechtsfeit: Een feit waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden, zonder dat van een
menselijke handeling sprake is.
Verbintenis: Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee (of meer)
personen, op grond waarvan de ene persoon (schuldeiser) recht heeft op een prestatie,
waartoe de ander (schuldenaar) is verplicht.
Aangeven wat een eenzijdige of meerzijdige rechtshandeling is;
Eenzijdige rechtshandeling: zijn rechtshandelingen die door wilsuiting van een
persoon tot stand komen. Bij sommige rechtshandelingen kan het beoogde
rechtsgevolg door de wil van een persoon intreden. aanbod, opzegging van een
contract.
Meerzijdige rechtshandeling: zijn rechtshandelingen waarvoor de verklaring van
meer personen vereist is. Een overeenkomst is bij uitstek een meerzijdige
rechtshandeling, omdat het rechtsgevolg pas kan intreden als beide partijen hebben
verklaard dat zij de overeenkomt willen aangaan. Artikel 6:213 BW
De bronnen van verbintenissen uit het Burgerlijk Wetboek noemen;
Overeenkomsten: 6:213 BW
1. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en een aanvaarding. Uit het
aanbod en de aanvaarding moet blijken dat de wil van de twee partijen
overeenstemt à wilsovereenstemming.
2. Bij een verbintenis zijn altijd ten minste twee partijen betrokken. De betrokken
partijen zijn rechtssubjecten: dragers van rechten en plichten.
3. De ene partij heeft recht op een prestatie, waar de ander toe verplicht is. De
partij die een prestatie moet verrichten, is de schuldenaar. De partij die recht
heeft op de prestatie, is de schuldeiser.
4. De prestatie is het object van de verbintenis en kan bestaan uit een doen of een
nalaten.
5. Prestaties om iets te doen kunnen bestaan uit: betaling van een geldsom,
levering van een goed of het verrichten van een dienst, of een combinatie
hiervan.
Onrechtmatige daad: 6:162 BW
1. Wanneer je iemand schade toebrengt op een manier die onrechtmatig is kan
een verbintenis tot het vergoeden van de schade ontstaan op grond van
onrechtmatige daad.
2. Door de schadevergoeding wordt de benadeelde zo veel mogelijk
teruggebracht in de positie waarin hij verkeerde toen de schade nog niet was
ontstaan.
3. Bij een onrechtmatige daad speelt, anders dan bij overeenkomsten, de wil
van de pleger van de daad geen rol. De verbintenis ontstaat rechtstreeks uit de